Do you want to quit? (Y/N)

‘Het komt te laat…, pas als je weggaat’, reageerde Jo Cals op het applaus van een handjevol bezoekers van de publieke tribune. Het was zes uur ‘s ochtends, vrijdag 14 oktober 1966. De ‘nacht van Schmelzer’ was voorbij, de KVP-fractie had haar eigen premier laten vallen. ‘Ik dacht een traan op z’n gezicht te zien’, schreef televisiejournalist Ed van Westerloo later.

De val van het kabinet Cals werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie, een novum in de parlementaire verslaggeving. Mede daardoor had ‘de nacht’ verstrekkender gevolgen voor de Nederlandse politiek dan Schmelzer ooit had kunnen voorzien. Zij leidde onder andere tot de oprichting van D66 en de PPR en een electorale nederlaag voor de katholieken.

Zou het niet fantastisch zijn als historici van na de babyboom het indienen van de motie van Schmelzer op hun computerscherm konden bekijken? Toegang tot historisch beeld- en geluidmateriaal via internet kan leiden tot een groei van het gebruik van audiovisuele bronnen.

Toekomstmuziek? Niet bepaald. Het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA) is bezig met het opzetten van een internetservice die een deel van zijn collectie on-line beschikbaar maakt. Jammer genoeg start het project voorlopig op een beperkt aantal universiteiten en middelbare scholen. Om technische redenen en – niet in de laatste plaats – vanwege het auteursrecht zullen daar speciale computers voor ‘NAA in de klas’ worden geïnstalleerd.

Historisch beeldmateriaal op de computer thuis, dat is een fenomeen dat nog even op zich laat wachten. Maar geluidsfragmenten uit het verleden zijn op internet al ruimschoots voorhanden. Famous speeches zijn er bijvoorbeeld veel te vinden. Natuurlijk ligt de nadruk zwaar op de Amerikaanse geschiedenis. Vooral toespraken van presidenten, Kennedy voorop, doen het goed. Maar ook Neil Armstrong en Martin Luther King zijn snel gevonden. Veelzeggend genoeg bestaat het Europese geluid vooral uit de retoriek van Churchill en het geschreeuw van Hitler en Goebbels.

Twee sites kijken wat verder dan de Verenigde Staten. The History Channel biedt een ruime verzameling historische speeches, van Paul McCartney (‘If your conclusion is that I’m dead, you’re wrong’) tot Joe McCarthy (‘Traitors are not gentlemen, my good friends’).

The Historical Sounds & Pictures Archive is nog uitgebreider. Hier kunnen niet alleen speeches, maar ook originele radioreportages worden beluisterd. Zoals het live verslag van de ramp met de Hindenburg, waarbij de reporter in tranen uitbarst. Of we horen het gelach in de studio wanneer Reagan grapt: ‘My fellow Americans, I’m pleased to tell you today that I’ve signed legislation that will outlaw Russia forever. We begin bombing in five minutes.’

Historisch geluidsmateriaal uit Nederland is nog schaars op het web. Alleen op de site Hoofdstukken uit de Nederlandse Geschiedenis zijn een toespraak van Mussert en enkele uitzendingen van Radio Oranje te beluisteren. Voor mér moeten we echt op het NAA wachten. Misschien kan het geluidsarchief wél voor iedereen worden ontsloten.

De fragmenten op de genoemde sites zijn on-line te beluisteren maar kunnen ook worden gedownload. Wie een beetje handig is, kan ze zelfs in Windows verwerken. Zo bezweert Richard Nixon mij tegenwoordig, iedere keer als ik mijn computer wil afsluiten: ‘I have never been a quitter.’

Huizinga, Romein en het internet

Johan Huizinga introduceerde het begrip ‘historische sensatie’, Jan Romein de ‘integrale geschiedschrijving’. Beide aartsvaders van de Nederlandse historiografie maakten zich zorgen over de groeiende kloof tussen wetenschappelijke geschiedschrijving en het grote publiek. Hoe zouden zij gedacht hebben over internet?

Drie eigenschappen onderscheiden internet van andere media. De toegankelijkheid is groot. Verder kunnen meerdere mediavormen gecombineerd worden: teksten, geluid, afbeeldingen en bewegende beelden. Tenslotte heeft internet een zeer hybride, niet-lineair karakter. Anders dan een film of een boek kent een website geen vastliggend begin, middenstuk of eind. De gebruiker kan naar eigen inzicht kris-kras door de informatie navigeren.

De meeste historische sites profiteren vooral van de toegankelijkheid van het web. Historische teksten worden zonder inhoudelijke wijzigingen aangeboden. Zo biedt het Historisch Nieuwsblad artikelen uit oude nummers integraal aan.

Een spectaculair voorbeeld van het gebruik van de tweede eigenschap, het toepassen van multimedia, is te vinden op de site Trenches on the Web. Op deze zeer uitgebreide site over de Eerste Wereldoorlog staan foto’s, historische kaarten, kunstwerken, propagandamateriaal, animaties en zelfs de liedjes die de soldaten in de loopgraven zongen. Bij iedere muisklik ligt Huizinga’s historische sensatie op de loer.

De derde eigenschap van het internet, het hybride karakter, lijkt in eerste instantie weinig mogelijkheden te bieden voor gedegen wetenschappelijke presentaties. Integendeel: de historicus probeert juist door een logische opbouw van zijn betoog historische processen transparant te maken. Wanneer lezers van hot naar her door een tekst bewegen, blijft van inzicht in de geschiedenis weinig over.

De historicus kan het niet-lineaire karakter van het web ook als een uitdaging zien. Is de geschiedenis zelf niet ook zeer hybride? En zou het niet fantastisch zijn als de lezer naast de interpretatie van de bronnen met én druk op de knop ook die bronnen zelf ter beschikking krijgt? Het internet biedt nieuwe mogelijkheden ter verwezenlijking van Jan Romeins ideaal van de integrale geschiedschrijving.

Een historische website die de mogelijkheden van internet op fraaie wijze benut, wordt verzorgd door de Universiteit van Groningen. From Revolution to Reconstruction behandelt een deel van de Amerikaanse geschiedenis met interactief gemaakte handboeken. Korte essays over deelonderwerpen houden het niveau op peil zonder de integrale opzet te ondermijnen. Ook in de publicatie van bronnen is ruimschoots voorzien. Alleen het gebruik van multimedia zou nog wat beter kunnen.

From Revolution to Reconstruction is een prachtig voorbeeld van wat misschien de toekomst is van de geschiedschrijving. Als meer onderzoek op een dergelijke fraaie en toegankelijke wijze zou worden gepresenteerd, wordt de kloof tussen het publiek en de wetenschappelijke geschiedschrijving een stuk kleiner. Al met al voldoende reden voor enthousiasme bij Huizinga en Romein over dit nieuwe medium.