Stoom

De uitvinders van de stoommachine zetten een revolutie in gang. Ook in het internettijdperk blijven de ingenieuze vindingen van de pioniers verbazen.

Beroemde scène uit de Donald Duck: Guus Geluk doet mee aan een prijsvraag, de beslissende vraag luidt: ‘Wie vond de stoommachine uit?’ In opperste verbijstering roep de verwende neef van Donald uit: ‘Wat?’ en wint daarmee een luxe cruise naar Verweggistan. Maar was James Watt wel echt de uitvinder van de stoommachine? Het web weet de waarheid.

Een bezoekje aan webcyclopedie Brittannica leert al snel dat Watt niet de vader van de stoommachine was. Al in de eerste eeuw na Christus beschreef Heron van Alexandrië verschillende apparaten die gebruik maakten van stoomkracht. Nuttige toepassingen noemde hij niet; de machines dienden vooral ter lering en vermaak. Voor zwaar werk had men slaven genoeg.

Pas in de zeventiende eeuw bedachten uitvinders meer efficiënte manieren om de kracht van stoom te gebruiken. Thomas Savery patenteerde in 1698 een machine waarmee water uit mijnschachten kon worden gepompt. Enkele jaren later, in 1712, ontwierp Thomas Newcomen de eerste stoommachine die gebruik maakte van een zuiger.
Het zou nog tot 1765 duren voordat James Watt zijn revolutionaire aanpassingen aan Newcomens uitvinding deed. Vanaf 1784 werd de stoommachine de drijvende kracht achter de Industriële Revolutie van de achttiende en negentiende eeuw.

Hoe de verschillende stoommachines werken wordt uitgelegd op Fred Dibnah’s Industrial Age, onderdeel van de website van de BBC. Dibnah presenteert populair wetenschappelijke programma’s op de Britse televisie. Wat hem onderscheidt van Nederlandse collegae als Middas Dekker en Jan Douwe Kroeske is zijn historische benadering van de techniek.

Op het eerste gezicht heeft de website een hoog Sesamstraat-gehalte. Wie doorklikt ontdekt een interessant en bovenal multimediaal overzicht van het stoomtijdperk. Vooral de animaties van de stoommachines zijn leerzaam. Ook in het internettijdperk blijven de ingenieuze vindingen van de pioniers verbazingwekkend. Techniek kan echt leuk zijn, wetenschapsgeschiedenis fascinerend. Helaas lopen we in Nederland mijlenver achter bij de Angelsaksische traditie in deze tak van de historie.

Wie echt alle ins and outs van de stoommachine wil weten, kan zijn hart ophalen bij de online Steam Engine Library van de University of Rochester. Maar niet alleen de technische details van de motor van de industrialisatie zijn interessant, ook de sociaal- economische en culturele gevolgen daarvan. Die zijn breed uitgesponnen op The Victorian Web. Op deze rijk geïllustreerde website is alles te vinden wat je maar wil weten over Engeland onder Queen Victoria (1837-1901). Er is aandacht voor politiek, economie, kunst en cultuur. De dubbele seksuele moraal en de strenge etiquette waaraan het tijdperk zijn bekendheid dankt ontbreken niet.

Ook de schaduwkanten van de Industriële Revolutie – kinderarbeid, milieuvervuiling, klassenstrijd – komen aan bod. Maar op dat vlak moet de site zijn meerdere erkennen in de Spartacus Encyclopaedia of British History. Treffend worden daar de uitwassen van het kapitalisme in beeld gebracht. Tijdgenoten beschrijven fabriekstaferelen die niet onderdoen voor de boeken van Charles Dickens.

Neem het verhaal van Mary Richards, tien jaar oud en werkzaam in een weverij. Op een avond in 1828 wordt haar jurk gegrepen door een drijfas. Schreeuwend van de pijn raakt zij steeds verder bekneld in de machinerie. De aanwezigen horen een voor een haar botten knappen. Uiteindelijk brengt haar lichaam het raderwerk tot stilstand, maar tegen die tijd is Mary al overleden. Mary Richards was niet de enige: ruim de helft van de fabriekskinderen kreeg een arbeidsongeval. Een Duitser die in 1842 Manchester bezocht zag op straat zoveel mensen die een been of arm misten, dat ze hem deden denken aan een leger dat terugkwam van een veldtocht.

Hekserij

Wat hebben een griezelfilm, latent sadomasochisme en een Amerikaanse gouverneursvrouw met elkaar te maken? Hekserij in cyberspace.

Met een budget waarvoor zelfs Nederlandse cineasten hun neus zouden ophalen veroorzaakten twee volledig onbekende filmmakers in 1999 een wereldwijde hype rond de film The Blair Witch Project. Dit succes was niet in de laatste plaats te danken aan internet. Lang voordat de film de bioscoop bereikte, gonsde het op het web van geruchten over de verdwijning van drie jonge studenten aan de filmacademie. Zij zouden nooit teruggekeerd zijn van een reportage over de Blair Witch. Wel zou hun filmmateriaal teruggevonden zijn, met daarop angstaanjagende beelden van hekserij. De website blairwitch.com bezweek onder de stroom nieuwsgierigen. Ook nadat de film was uitgekomen hadden hele volksstammen nog moeite feit en fictie van elkaar te scheiden.

Ook in vroeger eeuwen dienden heksenvervolgingen als amusement; bezoek aan een heksenverbranding was een populair tijdverdrijf. Over de geschiedenis van de hekserij en de heksenvervolgingen is veel te vinden op het web. Historicus en webdesigner Dietmar Nix van de universiteit van Keulen maakte de zeer fraaie website The Witch Hunt. Daarop laat hij zien hoe feit en fictie ook in de perceptie van de heksenvervolgingen door elkaar lopen. Er gaapt een grote kloof tussen de resultaten van historisch onderzoek en de populaire ideeën over dit onderwerp.

>Eén voor een ontkracht Nix de hardnekkige misverstanden over de vervolgingen. Zij waren niet primair gericht op vrouwen, zij werden niet georganiseerd door de kerk en het aantal slachtoffers liep niet in de miljoenen. Als reden voor het voortbestaan van deze misvattingen is wel de seksuele aantrekkingskracht van onschuldige, gemartelde vrouwen geopperd. Nix acht politiek misbruik van de heksenvervolgingen waarschijnlijker dan latent sadomasochisme. Als voorbeeld noemt hij de feministes uit de jaren zeventig, die van de vervolgingen een voorbeeld van vrouwenonderdrukking maakten. Mannelijke slachtoffers pasten niet in dat beeld.

The Witch Hunt biedt de mogelijkheid tot het bijwonen van een virtueel heksenproces met de bezoeker zelf in de beklaagdenbank. Niet zonder humor beschrijft Nix de verschillende stadia van het proces. Aan u de taak de aantijgingen van de aanklager te weerleggen. Als u schuldig wordt bevonden, kunt u altijd nog proberen uw leven te redden op de website van de heksenwaag te Oudewater. Daar kunt u zich online laten wegen. U krijgt zelfs een certificaat dat u vrijpleit van duivelsaanbidding. Mits u niet te licht bevonden wordt natuurlijk.

Iets minder luchtig gaat het eraan toe op The Witching Hours. Deze website is voor mensen met een sterke maag. En detail valt te lezen welk marteltuig de vervolgers konden aanwenden om hun slachtoffers tot bekentenis te brengen.

De site neemt verder enkele beroemde heksenprocessen onder de loep. Indrukwekkend is het verhaal van het gezin Pappenheim. Eind zestiende eeuw organiseert Maximiliaan I van Beieren een groots showproces, bedoeld als afschrikwekkend voorbeeld. Als zondebok fungeren de Pappenheimers, arme sloebers die toch al het ongeluk van de wereld op hun schouders dragen. Na gruwelijke openbare martelsessies eindigt het hele gezin op de brandstapel en wordt levend verbrand.

Een berucht voorbeeld van heksenvervolging speelt zich af in het Amerikaanse Salem. Begin 1672 schrikt dit puriteinse stadje op als enkele jonge meisjes zich vreemd beginnen te gedragen: ze vloeken als dokwerkers, slaan wartaal uit, krijgen toevallen en lijken soms in trance. Lichamelijke oorzaken worden niet gevonden en al snel komt men tot de conclusie dat de meisjes zijn behekst. De verdenking valt op de slavin van een van de getroffen families. In eerste instantie ontkent de vrouw alles, maar de zweep frist haar herinnering snel op. Niet alleen bekent zij haar ziel te hebben verkocht aan de duivel, ook onthult zij het bestaan van een samenzwering van heksen die erop uit zijn de puriteinen van Salem te vernietigen.

Reconstructies van de heksenwaan in Salem zijn op verschillende plekken op het web te vinden. Bijzonder de moeite waard zijn Salem Papers. Op deze site zijn transcripties van de verhoren te lezen. Deze elektronische bronnenuitgave brengt de onmogelijke positie van de beklaagde wel heel dichtbij. Je zou bijna denken dat de makers van The Blair Witch Project ze ook gelezen hebben. Deel twee van de film draait inmiddels in de bioscoop en ook deze keer gaan op de website feit en fictie vloeiend in elkaar over.

Wicca
Wie dacht dat hekserij niet meer bestond, wordt op internet snel uit de droom geholpen. Moderne hekserij, ook wel Wicca genoemd, is een natuurreligie die zich in toenemende populariteit mag verheugen. Deze website biedt een mooi vormgegeven uitleg van de hedendaagse hekserij.

Heksenhamer
In 1486 verscheen het eerste handboek voor de heksenjager, de Malleus maleficarum ofwel Heksenhamer. De monniken die het boek schreven, Heinrich Kramer en Jacob Sprenger, verpakten hun persoonlijke frustraties omtrent vrouwen in een christelijk sausje. De teksten zijn tegenwoordig ook online te lezen.

Harry Potter
Dat heksen populair zijn mag blijken uit het succes van Harry Potter: tot in China aan toe dromen kinderen ervan als tovenaarsleerling te worden aangenomen op heksenhogeschool Hogwarts. Overigens niet alleen kinderen houden van Potter, ook volwassenen verslinden de boeken van schrijfster J.K. Rowling. Op het web is Harry ruim vertegenwoordigd, bijvoorbeeld op de site van de uitgever en bij de Volkskrant.

Virtuele gemeenschap

Tot het magische internetvocabulaire behoort ook de spreuk ‘virtual community’. Een van die virtuele gemeenschappen groepeert zich rond een negentiende-eeuwse Britse huzaar.

Hij is een ongenadige pestkop, een onverbeterlijke rokkenjager, een onbetrouwbare profiteur en een ongelooflijke lafaard. En toch is Harry Flashman in veler ogen de grootste held van het Victoriaanse tijdperk. Flashman werd geboren in 1822 in Leicestershire. Zoals het een jongeman uit de Britse aristocratie betaamt, bezocht Harry een van de betere public schools. De keuze viel op Rugby School, door Thomas Hughes vereeuwigd in diens jongensboek Tom Brown’s Schooldays uit 1857. In het boek speelt Flashman slechts een bijrol. De laatste aan hem gewijde passage verhaalt hoe de jonge Flashy wegens dronkenschap van school werd gestuurd.

Begin twintigste eeuw besloot de tachtigjarige Sir Harry Flashman zijn memoires te schrijven. Als startpunt koos hij zijn afscheid van Rugby. Allereerst om Thomas Hughes te corrigeren: het was niet zijn idee geweest die bewuste dag bier en gin door elkaar te drinken: ‘I knew better than to mix my drinks, even at seventeen.’ Maar vooral omdat zijn vertrek van school het begin inluidde van zijn militaire carrière als huzaar. Een carrière die hem langs alle grote negentiende-eeuwse veldslagen zou voeren en hem in contact bracht met de groten der aarde van zijn tijd.

Zo was Flash een van de weinige overlevenden van de Eerste Afghaanse oorlog in 1842 en nam hij deel aan de Krimoorlog (1854-1856). Hij was getuige van The Great Mutiny in India in 1857 en hij stond generaal Custer terzijde bij Little Bighorn in 1876. En lang voordat Otto Bismarck het Duitse Rijk nieuw leven inblies, had Flashman het al met hem aan de stok. Ook in de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) gaf Flash acte de presence; hij vocht aan beide zijden.

In zijn memoires, inmiddels bekend als The Flashman Papers, beschreef Sir Harry de ware toedracht van zijn vermeende heldendaden, maar ook tot in detail zijn amoureuze escapades. Na zijn dood in 1915 werd de stapel geschriften gevonden door zijn familie. Vanwege de schokkende inhoud besloten de erven Flashman het manuscript geheim te houden. Het is dan ook puur toeval dat schrijver George MacDonald Fraser er in 1965 bij een openbare boedelverkoop de hand op wist te leggen. Fraser besefte ter plekke de waarde van zijn vondst. Inmiddels zijn er maar liefst tien door hem geredigeerde en geannoteerde delen van The Flashman Papers verschenen.

Flashman is een kruising tussen Tijl Uilenspiegel en Forest Gump. Hij heeft lak aan conventies, maar door steeds op het juiste moment op de juiste plaats te zijn, wordt hij zijns ondanks een held. Flash is lang niet altijd sympathiek en zeker niet politiek correct: hij ziet er geen been in onwillige dames te dwingen hem ter wille te zijn en schept er evenzeer genoegen in af en toe een van zijn bedienden af te tuigen met de zweep. Maar juist zijn volstrekt amorele karakter maakt Flashman volgens de Boston Review historisch interessant: “Indeed, he is the voice of history itself.”

Vandaag de dag heeft Flash een bescheiden maar trouwe schare fans. En net als de vrouwen in zijn leven, zijn die liefhebbers verspreid over de hele wereld. In alle uithoeken van het voormalige Britse wereldrijk bevinden zich Flashman Societies, ook wel Chapters geheten. Ieder voor zich stellen die Chapters weinig voor. Maar door met elkaar contact te onderhouden via het internet, vormen zij een heuse virtuele gemeenschap, met Old Flashy als bindmiddel.

De meeste Chapters beschikken over een website. Deze sites zijn aaneengeregen tot een webring, een verzameling sites met een gemeenschappelijk onderwerp. Doordat alle sites binnen de ring met elkaar zijn verbonden, ontstaat én groot gemeenschapshuis. Daarbinnen is een grote hoeveelheid informatie verzameld over het leven van Flash en de historische gebeurtenissen waaraan hij deelnam. Chronologieën, stambomen, landkaarten; alle achtergrondinformatie bij de boeken die je je maar kunt wensen is te vinden op het web.

Zo verzorgden sommige bewonderaars een Who is Who van Flashmans bedgenotes terwijl anderen een glossarium samenstelden van de vele bon-mots van hun idool. The Royal Flashman Society of North Carolina claimt te beschikken over de dagboeken van Harry’s grootvader Jack Flashman, die een belangrijke rol speelde tijdens de Amerikaanse Revolutie.

Ook op Usenet, het discussiegedeelte van het internet, is Flashman vertegenwoordigd. Eén vraag is in de nieuwsgroep alt.books.george-fraser taboe. Maar alleen de echt fantasielozen onder ons durven zich af te vragen of Flashman echt heeft bestaan.

Britse militaire geschiedenis
Voor een goed begrip van The Flashman Papers is enige kennis van de geschiedenis van de Britse strijdkrachten geen overbodige luxe. Een overzicht is te vinden op British-Forces.Com.

De internetgeneratie

Het denken in generaties is in de sociologie een geliefd tijdverdrijf. Ook historici hechten grote waarde aan het generatiemodel. Na de protestgeneratie, de generatie X, Nix en de patatgeneratie is er een nieuw fenomeen: de internetgeneratie.

Je houdt van ze of je haat ze, een tussenweg is er niet: Wipneus en Pim, twee van de populairste diskjockeys in het Nederlandse clubcircuit van het moment. Wie een avondje disco als een serieuze zaak beschouwt, hij zoeke zijn vertier elders. Bij de kabouters is het vooral feest. Oude en nieuwe platen door elkaar, alles kan, zolang het maar dansbaar is. En tot grote hilariteit van de zaal verluchtigen de dj´s hun show met de tunes van populaire kinderseries uit de jaren tachtig. Bij gastoptredens van Vader Abraham en Danny Christiaan gaat het dak eraf.

Als Wip en Pim het podium beklimmen, vindt in de zaal een waterscheiding plaats. Uit de luidsprekers buldert de herkenningsmelodie van The A-team. De ene helft van de zaal raakt in extase, de andere helft kijkt elkaar in opperste verwarring aan: wat is er toch zo leuk? Ik schat de grens zo ongeveer op twintig jaar oud, het verschil tussen de generatie van de smurfen en die van de Teenage Mutant Ninja Turtles. Of, beter gezegd, tussen die van de televisie en die van internet.

De internetgeneratie treft men voornamelijk nog op middelbare scholen. Daar houdt zij zich bezig met het versturen van sms-berichtjes naar elkaars mobieltje, de elektronische variant van de communicatie per propjes papier. Wie ooit een tekstberichtje op een gsm heeft ingetoetst, begrijpt dat het gebruik van afkortingen daarbij geen overbodige luxe is. Gelukkig hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden. Afkortingen zijn in de chatboxen van het web al langer gemeen goed. Voorbeelden van de geheimtaal van de internetgeneratie staan op de geschiedenisafdeling van forum.scholieren.com: ‘ff een dringend berichtje aan cassie: wat heeft lech walescha, die ene pool is met de praagse lente te maken?? Nikske!’

De opkomst van de internetgeneratie heeft gezorgd voor een explosie aan historische websites. De meeste zijn gemaakt voor en soms ook door scholieren. Een mooi voorbeeld, ook de moeite waard voor oudere generaties, is geschiedenis.net. Per klas zijn enkele onderwerpen uitgediept. De teksten zijn helder, de afbeeldingen functioneel. Onder het kopje naslag staat een overzicht van de Nederlandse premiers van Colijn tot Kok. Daar is ook een compleet handboek geschiedenis te vinden. Net als bij veel andere sites worden bezoekers opgeroepen eigen teksten in te sturen.

De voorhoede van de internetgeneratie heeft inmiddels de universiteiten bereikt of zelfs alweer verlaten. Ook de studenten vieren hun schrijftalent bot op het web. Hier en daar is zelfs portaalbouw zichtbaar, zoals op HistoCasa. Naast enkele lezenswaardige artikelen over onder meer sportgeschiedenis en de historie van Parijs bevat deze site een uitgebreide verzameling links, een nieuwsbrief en een discussieplatform. Momenteel wordt hard gewerkt aan een nieuwe vormgeving. De voltooiing daarvan zal de laatste restjes hobbyisme van de site vegen. Daarna heeft HistoCasa de potentie uit te groeien tot een professionele historische portaal.

HistoCasa biedt ook een overzicht van historische tijdschriften. Helaas ontbreekt in het lijstje een titel – de makers van de site hebben inmiddels beterschap beloofd. Gelukkig kunnen liefhebbers altijd terecht op de eigen site van Historisch Nieuwsblad. Ook daarvan bestaat inmiddels een tweede generatie: de webstek is geheel vernieuwd en biedt naast een archief ook actueel historisch nieuws. Verder kunt u er reageren op artikelen in het blad, bijvoorbeeld die in de rubriek Nieuwe Media. Wie wil weten wanneer het volgende optreden is van Wipneus en Pim, verwijs ik bij voorbaat naar de eigen site van dit illustere duo.

Startpagina
Durk Jan de Bruin zocht voor zijn vader wat handige internetsites bij elkaar en startpagina.nl was geboren. Inmiddels is het bedrijf 1200 pagina’s en een rellerige overname door VNU verder. Desondanks nog steeds een prima startpunt voor een surftocht, zeker nu er ook een geschiedenisdochter is: Starpagina Geschiedenis

Tour de France

Van Joop Zoetemelks op L’Alp d’Huez tot Jan Cottaar en Woutje Wagtmans: de rijke geschiedenis van de Tour de France op het web.

Veertien kilometer klimmen, 21 haarspeldbochten en ruim 1100 meter hoogteverschil. Zinderende hitte gaat over in ijzige kou en mist. Liefhebbers weten waarover ik het heb. L’Alp d’Huez, de hoogste berg van Nederland. In de Tour de France van 1976 bereikt Joop Zoetemelk als eerste de top van deze reus. De twee jaren daarop wint Hennie Kuiper de beklimming, in 1979 is Zoetemelk weer als eerste boven.

Sindsdien is L’Alp d’Huez een beetje van Nederland. Later behalen ook Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse overwinningen op deze berg. Helaas zit die ene alp dit jaar niet in het parcours. Misschien maar goed ook, zo geweldig doen de Nederlandse wielrenners het de afgelopen jaren niet. Om van dopingschandalen nog maar te zwijgen. Maar misschien heb ik ongelijk, en heeft Michael Boogerd wanneer u dit leest het geel stevig om de schouders.

De Tour de France kan bogen op een imposante geschiedenis. De ronde werd voor het eerst verreden in 1903 en heeft sindsdien vele legendes voortgebracht. De officiële Tour-website brengt hen nog eens voor het voetlicht: Fausto Coppi, Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Greg leMond en Miguel Indurain. U dient wel een woordje Frans te spreken, maar welke wielerliefhebber doet dat niet?

Zoetemelk ontbreekt in de eregalerij, al debuteerde hij in 1970 met een tweede plaats en reed hij de Tour zestien keer uit. In totaal werd Zoetemelk vijfmaal tweede voordat hij in 1980 de gele trui naar Parijs wist te brengen. Twee jaar later maakte hij zijn bijnaam van ‘eeuwige tweede’ opnieuw waar door van Hinault te verliezen. Gelukkig is op de site Hollands Glorie wel plaats voor hem ingeruimd. Daar zijn ook alle andere Nederlandse wielervedettes te vinden.

De Tour de France is vooral het domein van de homepages, van fietsliefhebbers die hun eigen webplek maken. De mooiste amateurwebsite is Heersers van de Weg van Mark Binnenpoorte uit Enschede. De navigatie werkt niet altijd zoals zou moeten en de aankleding is wat aan de saaie kant. Wie daar doorheen kijkt, vindt een complete geschiedenis van het wielrennen. Maar ook hier is Zoetemelk niet meer dan een voetnoot bij Eddy Merckx, ‘de Kannibaal’.

Onlosmakelijk verbonden met het wielrennen is de naam Jan Cottaar. Wat Mart Smeets en Jean Nelissen zijn voor de verslaggeving op de televisie, was Cottaar in de hoogtijdagen van de radio. Tussen 1948 en 1958 deed hij vanuit het verre Frankrijk verslag van de successen van Nederlandse renners met namen als Wim van Est, Jan Nolte en Wout Wagtmans.

Sommige van deze reportages zijn te beluisteren op het web, zoals een interview uit 1955 met Woutje Wagtmans nadat deze in Roubaix de gele trui ‘voor de poorten van de hel’ heeft weggesleept: ‘Een ogenblik, luisteraars, dan zal ik van de tribune afspringen. Het is dan wel een respectabele hoogte, maar voor de gele trui moet je wat over hebben.’ Nadat Wagtmans verslag heeft gedaan van de wedstrijd ­ ‘Ik heb zitten katten om weg te komen, maar die lange kon ik niet losrijden.’ ­ blijkt maar eens hoe ver Frankrijk in die dagen nog was: ‘De groeten aan vader en moeder en de schoonouders. En Nellie; dag schat!’

Cijferfetisjisme
Voor cijferfetisjisten maakte Erwin van Manen een site met de statistieken van alle Tours die vanaf 1903 zijn verreden. Ook handig voor prijsvragen en quizzen.

Touralfabet
Van de Col d’Aspin tot Erik Zabel, je vindt het in het touralfabet.

Bach op het web

Het web kent tal van muzikale websites. Niet alleen popmuziek doet het goed, ook liefhebbers van klassieke muziek kunnen hun hart ophalen. En in dit Bach-jaar vooral de Bach-liefhebbers onder ons.

Carl Philipp Emanuel, een van de twintig kinderen van Johann Sebastian Bach, had de dagelijkse plicht zijn vader op de cembalo in slaap te spelen. Op een dag was de oude Bach in slaap gevallen, hij snurkte zelfs. Carl stond van zijn pianokrukje op zonder het slotakkoord te hebben gespeeld. Prompt werd zijn vader verstoord wakker. Hij kwam zijn bed uit, sloeg het laatste akkoord alsnog aan en gaf zijn zoon een donderende preek.

Deze anekdote staat op een Duitse site ter ere van het Bach-jaar. Dit jaar is het 250 jaar geleden dat de grote componist stierf. Bach.de beschrijft leven en werk van Bach en biedt informatie over de vele concerten en festivals. U kunt meedoen aan een quiz en wie zelf Bach heet krijgt van de organisatie een gratis domeinnaam.

De Bach-jaar 2000-site van het Residentie Orkest en de Residentie Bach Ensembles bevat naast een concertagenda, een discussieforum en een heuse chatbox. De Nederlandstalige biografie op deze site is aangevuld met foto’s van belangrijke plaatsen uit het leven van de componist. Bach was geen gemakkelijk heerschap. Niet zelden kreeg hij ruzie met zijn werkgevers, waarvan hij er dan ook verschillende versleet. In Arnstadt ging hij op de vuist met een leerling, en bleef hij vervolgens vier maanden weg terwijl hij maar vier weken verlof had gekregen. In Mühlhausen raakte hij betrokken bij een godsdienstige twist. Ook in Weimar kreeg Bach uiteindelijk ruzie, maar ontslag werd hem geweigerd. Toen de componist bleef aandringen, belandde hij in de gevangenis.

Opvallend veel Bach-sites zijn gemaakt door Nederlanders. Zo onderhoudt de Groningse taalwetenschapper Jan Koster samen met de Amerikaanse componist Jan Hanford de J.S. Bach Homepage en verzamelt orgelliefhebber Rob Kruijt in zijn Cultureel archief onbekende afbeeldingen van Bach, ook van de schedel van de grote meester.

Wat op al deze sites ontbreekt, is muziek. Daarvoor moeten we zijn bij Peter de Vries. Op zijn site is de integrale tekst opgenomen van de Bach Werke Verzeichnis (BWV); de Bach-bijbel waarin alle werken zijn genummerd en beschreven. Meer dan drieduizend daarvan zijn ook te beluisteren. Hiervoor gebruikt De Vries MIDI, een soort muziekschrift voor computers en elektronische instrumenten. Het downloaden van muziekstukken in MIDI kost weinig tijd. Het nadeel is dat zij nogal elektronisch klinken.

Wie meer tijd en een snellere internetverbinding heeft, wijkt daarom al snel uit naar mp3. Met mp3 is het mogelijk op de computer muziek van cd-kwaliteit te beluisteren. Er is veel te doen over illegale mp3-bestanden, maar veel klassieke-muziekmuzikanten stellen hun muziek legaal en gratis op het web beschikbaar. De site Mp3.com bemiddelt tussen muzikant en luisteraar. De muziekstukken zijn onderverdeeld naar genre. Per genre is een dagelijkse topveertig samengesteld. Op de lijst van meest beluisterde stukken uit de Barok staat vanzelfsprekend veel muziek van Bach. Speciale aanrader en altijd wel in de toptien te vinden: Air on a G-string gespeeld door drie cello’s. Als je daarnaar luistert, weet je weer waarom Bach een eigen jaar verdient.

Orde in de chaos
The Bach Central Station schept orde in het groeiend aantal Bach-sites. De startpaginadochter voor klassieke muziek biedt een lijst waarin Bach-screensavers en Bach-postcards niet ontbreken.

Nieuwsgroep
De vermeende symboliek der getallen in Bachs muziek is ook onderwerp van menige discussie in de aan de componist gewijde nieuwsgroep: alt.music.j-s-bach

Bach FAQ
Op welk stuk van Bach is Procol Harum’s A Whiter Shade of Pale gebaseerd? Wat zijn de Goldberg Variations? De antwoorden op deze en andere vragen staan op Bach Frequently Asked Questions.

Bewegend beeld

De eerste experimenten met bewegend beeld, tekenfilms als propaganda – daar wil je niet alleen over lezen, die wil je zien en beluisteren. Het kan allemaal op internet.

Leland Stanford, gouverneur van Californië en bezeten paardenfokker, wist het zeker: tijdens de galop waren op zeker moment alle vier de hoeven van het paard los van de grond. Om dat te bewijzen nam hij fotograaf Eadweard Muybridge in dienst. Zes jaar van experimenteren gingen voorbij. Uiteindelijk slaagde Muybridge erin de beweging van het paard vast te leggen in een serie foto’s. Vervolgens bewees hij met behulp van een draaiende schijf en een toverlantaarn het gelijk van de gouverneur. Het was 1878 en de film was geboren.

Muybridge was niet de enige pionier. Vanaf het midden van de negentiende eeuw experimenteerden uitvinders met bewegend beeld. Zij inspireerden Charl Lucassen tot het maken van Anima, een prachtige site met biografische en technische informatie en meer dan 165 animaties, waaronder het paard van Muybridge.

De volgende stap op weg naar de bioscoop was de ontwikkeling van professionele apparatuur. In februari 1888 bezocht Muybridge de laboratoria van Thomas Edison, die behalve de gloeilamp (1879) ook de fonograaf (1877) had uitgevonden. Edison zag de film vooral als middel om het succes van zijn eigen uitvinding te vergroten. Voor samenwerking met Muybridge voelde hij weinig. In plaats daarvan zette hij zijn briljante assistent William Dickson aan het werk. Binnen een jaar ontwikkelde Dickson de kinetograaf, de eerste echte filmcamera. In 1892 volgde de kinetoscope, een eenpersoonsbioscoop die veel weg had van een uit de kluiten gewassen kijkdoos.

De kinetoscoop bracht veel geld op. Vertoningen voor meerdere mensen tegelijkertijd vond Edison dan ook niet zo nodig. In 1895 kreeg hij concurrentie van de Franse broers Auguste en Louis Lumière, die met hun cinematograaf wél openbare voorstellingen gaven. Edison ging overstag en ook Amerika maakte kennis met de cinema.

Rond de eeuwwisseling evolueerden de filmpjes tot echte verhalen. De eerste filmregisseurs deden hun intrede. George Méliès begon te experimenteren met montage. Edwin Porter maakte met The Great Train Robbery de eerste film met losstaande scènes. De beroemdste regisseur in deze periode was David Griffith, ‘the man who invented Hollywood’. Veel van deze vroege films maken deel uit van de virtuele tentoonstelling Inventing Entertainment op de site van The Library of Congress. Bij bezoek is een snelle internetverbinding geen overbodige luxe.

De eerste decennia van de twintigste eeuw werd de film volwassen. Hollywood groeide uit tot het centrum van een heuse filmindustrie. De Europese film moest het na de Eerste Wereldoorlog vooral hebben van de Weimarrepubliek en de jonge Sovjet-Unie. Communistische cineasten als Eisenstein zagen in de film een uitstekend propagandamiddel. De fascisten volgden hun voorbeeld met Leni Riefenstahl als bekendste exponent. Ook in de Verenigde Staten werd de film ingezet als politiek instrument, bijvoorbeeld om de troepen voor te lichten. Maar de Amerikaanse stomme film dankte zijn succes vooral aan een minder serieus genre: de slapstick. David Pearson verzamelde op zijn website honderden foto’s en filmpjes van sterren als Charlie Chaplin, Buster Keaton en Laurel and Hardy. Wie Silent Movies bezoekt, dient wel Piersons eigen weinig flatteuze tronie voor lief te nemen.

Wie denkt dat de stomme film zo lang bestond omdat talking movies technisch onmogelijk waren, heeft het mis. De grote bazen in Hollywood zagen er gewoon niets in. Chaplin zelf was een verklaard tegenstander. Hooguit werd geëxperimenteerd met synchroon opgenomen muziek, zoals bij de opnames voor The Jazz Singer in 1927. Een opmerking van zanger Al Jolson kwam per ongeluk op de plaat. Pas toen drong het tot Warner Brothers door dat ook dialoog tot de mogelijkheden behoorde. Zo werd The Jazz Singer de eerste talkie in de geschiedenis. Over stom gesproken.

Tekenfilmpjes
Naast Inventing Entertainment is op de site van The Library of Congress ook Origins of American Animation te vinden. Let op de propagandafilmpjes uit de Eerste Wereldoorlog. Snelle internetters vinden bij FastTV meer klassieke tekenfilms.

IMDB en VPRO
Wie geïnteresseerd is in films en filmgeschiedenis kan de volgende bookmarks niet missen. The Internet Movie Database is veruit de grootste site gewijd aan het witte doek. De VPRO-site ziet er gelikt uit en geeft persoonlijke filmtips.

Nieuwsgroepen

Naast het versturen van e-mail en het surfen over het World Wide Web is het gebruik van nieuwsgroepen een veelvoorkomende toepassing van het internet. Wat zijn nieuwsgroepen en wat hebben zij op historisch terrein te bieden?

Een nieuwsgroep is eigenlijk niets anders dan een lijst openbare e-mailtjes. Iedereen kan de berichten lezen, zelf een bijdrage leveren of reageren op een eerder geplaatst bericht. De meeste e-mailprogramma’s kunnen met nieuwsgroepen overweg, maar er zijn ook speciale newsreaders. Als je een interessante nieuwsgroep hebt gevonden, kun je je daarop ‘abonneren’, zodat je automatisch de nieuwste berichtjes krijgt toegestuurd. Het gedeelte van internet waarop de nieuwsgroepen zijn te vinden, heet Usenet.

Inmiddels telt Usenet vele tienduizenden nieuwsgroepen. Om het een klein beetje overzichtelijk te houden, begint de naam van iedere groep met een afkorting, die iets zegt over het onderwerp of de taal. Zo staat ‘comp’ voor computers, ‘soc’ voor sociaal en ‘nl’ voor Nederlandstalig. Nieuwsgroepen die niet in een vaste categorie passen ­ en dat geldt voor de meerderheid ­ beginnen met ‘alt’ voor alternative.

Zeker in deze alternatieve groepen is het vaak een rommeltje. Het stikt er van de spam: reclame en andere oninteressante berichten. Sommige groepen werken met een moderator, een beheerder die bepaalt welke berichten wel of niet worden geplaatst. Gemodereerde groepen lenen zich meer voor serieuze vragen of discussie.

Ook op historisch vlak zijn er heel wat nieuwsgroepen. Sommige zijn heel algemeen, zoals ‘alt.history’ en ‘soc.history’, andere behandelen een bepaald tijdvak, zoals ‘soc.history.ancient’, en ‘soc.history.medieval’. Weer andere groepen gaan over een specifiek onderwerp zoals ‘alt.history.abe-lincoln’. De ene groep telt honderden bijdragen, de andere maar een handjevol.

Het niveau van de reacties loopt nogal uiteen. Zo kwam ik in een serieuze discussie over de laatste rustplaats van Adolf Hitler de volgende bijdrage tegen: ‘Hitler and Elvis run a convenience store franchise in Yellowknife… if the folks in Yellowknife don’t care about these strange little people, why should we?’ Wie dit soort humor niet weet te waarderen, kan zijn heil zoeken bij ‘soc.history.moderated’.

Mijn favoriete historische nieuwsgroepen zijn ‘alt.history.what-if’ en ‘soc.history.what-if’. Beide staan in het teken van iffy-history, met onderwerpen variërend van ‘What if dinosaurs still roamed the earth?’ en ‘What if Napoleon defeated England?’ tot ‘What if the US had annexed Canada?’ en ‘What if Nixon had not gone to China?’

Sommige van deze discussies komen nooit van de grond of verzanden in onnavolgbaar gekift, maar er zijn er genoeg die de moeite van het lezen waard zijn. Het aantal reacties op een bericht, de zogenaamde thread, kan oplopen tot tientallen e-mailtjes.

Omdat er zoveel mensen gebruikmaken van nieuwsgroepen, hoef je nooit lang te wachten op een reactie. Als proef op de som stel ik de vraag ‘What if the Dutch hadn’t traded Manhattan for Surinam?’ Een paar uur later zijn er al verschillende reacties.

Fijntjes wordt me uitgelegd dat van een echte ruil geen sprake was omdat de Britten de kolonie al hadden bezet. Veel vertrouwen in de Nederlanders is er niet: ‘I doubt the Dutch could have done any better than the British.’ Gelukkig zijn er ook deelnemers die met me mee fantaseren, al is een Nederlandstalig Manhattan een brug te ver: ‘There might be the New Amsterdam Times.’

Tweede Wereldoorlog
Veel bijdragen aan ‘alt.history.what-if’ gaan over de Tweede Wereldoorlog. ‘What if the nazi’s won WWII?’, ‘What if Hitler had the A-bomb?’, ‘What if operation Market Garden had succeeded?’, et cetera. Voor het serieuzere werk is er ‘soc.history.war.world-war-II’.

Nostalgie
Er zijn ook nieuwsgroepen gewijd aan een enkel decennium. Mijn eigen favoriet is ‘alt.culture.us.1980s’, met eindeloos gebabbel over muziek en televisieseries uit de tijd dat ik op school zat.

Déjà vu
Usenet kent zijn eigen archief: DejaNews. Vanaf maart 1995 worden alle berichten bewaard. Inmiddels zijn dat er al meer dan 300 miljoen. Het archief is te bereiken via een gewone website.

Nieuwslezers
Wie regelmatig gebruik maakt van nieuwsgroepen, stapt al snel over van een gewoon e-mailprogramma op een newsreader. De bekendste nieuwslezer is Forte Agent. Een uitgeklede variant, Free Agent, is gratis van het net te halen.

Overlijdensberichten
Een echte Nederlandstalige geschiedenisnieuwsgroep is er nog niet, maar het immer groeiende leger stamboomvorsers kan terecht bij ‘soc.genealogy.benelux’. Daar zijn onder meer de overlijdensadvertenties uit verschillende regionale kranten te vinden. Het is maar wat je hobby is.

Tijdbalken

Mijn interesse voor zowel geschiedenis als computers gaat terug tot de middelbare school. Ik vond de geschiedenisles vooral leuk als het verleden systematisch werd gevisualiseerd. Met mijn leraar had ik het getroffen. De machtsstructuur tijdens de Opstand werd vertaald naar een blokdiagram, de huwelijkspolitiek van de Hollandse graven uitgebeeld in een stamboom en natuurlijk verscheen er iedere les wel een tijdbalk op het bord. Helaas pasten die tijdbalken in de regel net niet op een bladzijde van mijn schrift. Gelukkig was een oom in het bezit van een van de allereerste pc’s. Iedere week werkte ik bij hem op zolder mijn aantekeningen uit. Mijn tijdbalken werden groter en mooier, mijn proefwerkcijfers gingen zienderogen omhoog. Vandaar mijn zwak voor websites en cd-roms met een tijdbalk.

Continue reading Tijdbalken

Een virtueel Anne Frank Huis

Nederlandstalige cd-roms met een geschiedkundig onderwerp zijn schaars. De weinige titels die verschijnen, zijn meestal encyclopedisch opgezet en niet bepaald spectaculair aangekleed. De cd-rom ‘Anne Frank Huis. Een huis met een verhaal’ bewijst dat een goede Nederlandse cd-rom wel degelijk mogelijk is.

Ik fiets bijna dagelijks langs de Prinsengracht. Als ik de lange rij toeristen voor het Anne Frank Huis zie staan, vraag ik me steeds af hoe het in het museum moet zijn. Zo groot is het daarbinnen niet, herinner ik me van mijn eigen bezoek jaren geleden. Ik zie het voor me: groepen mensen die voetje voor voetje door de draaibare boekenkast het achterhuis binnengaan en én voor én een korte blik op het kamertje van Anne mogen werpen voordat de stroom ze weer richting uitgang voert. Misschien dat het allemaal wel meevalt, zeker nu er onlangs een heel museum aan het huis is gebouwd, maar ik zie mezelf nog niet zo snel in die rij staan.

Gelukkig is er sinds kort een alternatief. In opdracht van de Anne Frank Stichting is een cd-rom gemaakt waarmee Voor- en Achterhuis virtueel zijn te bezoeken. Geen rij, geen andere bezoekers en geen vaste route. Bovendien benadert het virtuele Anne Frank Huis de originele staat beter dan het museum. Speciaal voor de cd-rom is het ingericht met originele voorwerpen, aangevuld met rekwisieten van het NOB.

De technische uitvoering is fantastisch. Via een draaibaar driedimensionaal schaalmodel kun je rechtstreeks een bepaalde ruimte kiezen. Leuker is het om een echte wandeling door het huis te maken, van de voordeur tot de zolder. Met de muis kun je 360 graden om je heen kijken, je blik naar boven of beneden wenden, deuren openen of voorwerpen aanklikken om ze van dichtbij te bekijken. Een mooier voorbeeld van virtual reality heb ik op mijn eigen computer nog nooit gezien.

Vanuit iedere ruimte in het huis kan een zogenaamde wandelknop worden opgeroepen. Deze biedt toegang tot informatie over de bewoners van het Achterhuis, over bijzondere voorwerpen en over het dagelijks leven van de onderduikers. De cd-rom bevat een groot aantal fragmenten uit het dagboek, voorgelezen door Kim van Kooten, en veel beeldmateriaal, waaronder de onlangs herontdekte filmbeelden van Anne. Voor wie een bepaalde term niet kan thuisbrengen is er een begrippenlijst. Hierdoor is de cd-rom ook zeer geschikt voor scholieren.

Het is een cliché, maar de kracht van Anne Frank als symbool voor de holocaust zit hem in de mogelijkheid tot identificatie. Door de ogen van een opstandige puber bezien, wordt de jodenvervolging minder abstract en onvoorstelbaar. Ook op de cd-rom is dit gegeven goed uitgewerkt: drie parallelle en met elkaar verbonden tijdbalken verbinden het unieke verhaal van de familie Frank met de grote lijn van jodenvervolging en Tweede Wereldoorlog. Op dit punt toont Anne Frank Huis de meerwaarde van een interactieve benadering van de geschiedenis.

Al met al een bijzonder geslaagd project, zeker voor de Nederlandse markt. Nu heeft de Anne Frank Stichting natuurlijk het voordeel dat het dagboek ook buiten ons land erg bekend is. Er zijn dan ook al plannen om de cd-rom te vertalen in het Frans, Duits, Engels, Japans en Spaans. Misschien dat mede door deze grote markt de prijs laag kan worden gehouden: voor 79,95 hoeft u in ieder geval niet in de rij te staan.

Anne Frank Huis. Een huis met een verhaal. Voor Windows en Mac., f. 79,95

Anne Frank Huis
Net als de cd-rom ziet de site van het Anne Frank Huis er verzorgd uit, al is hij wel een beetje traag. De cd-rom kan via de site worden besteld.

Joods Historisch Museum
Wie meer wil weten over de joodse geschiedenis vór en na de holocaust, kan terecht op de site van het Joods Historisch Museum. Onder het kopje ‘interactief’ bevindt zich een tijdbalk die loopt van Saul, David en Salomo tot Arafat en Rabin.

Simon Wiesenthal Center
Ook het Simon Wiesenthal Center beschikt over een website. De site besteedt ook veel aandacht aan neo-nazi’s en andere uitingsvormen van hedendaags racisme.

Lest We Forget
Lest We Forget. A History of the Holocaust is een aangrijpende cd-rom met veel uniek foto- en filmmateriaal.

FlagTower
Het Britse softwarebedrijf FlagTower bestaat helaas niet meer. Enkele jaren lang liep dit bedrijf voorop in het maken van historische cd-roms. Wie in de betere softwarewinkel de titel World War II in de opruimbakken vindt, hoeft niet lang te aarzelen. De twee cd-roms bevatten een zes uur durende documentaire over de Tweede Wereldoorlog. FlagTower maakte verder onder meer cd-roms over de Eerste Wereldoorlog, de oorlog in de Pacific, de geschiedenis van de geneeskunde en over de space race tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.