Pelgrims

De historische vakantie is in trek. Dat blijkt niet alleen uit het in dit nummer beschreven slagveldtoerisme. Ook wandeltochten zijn in. En wat ligt er meer voor de hand dan het volgen van eeuwenoude pelgrimsroutes?

Nepal, Costa Rica, Zuid-Afrika – het moet steeds verder, duurder en exotischer, lijkt het wel. Volgens de wetten van de dialectiek is er ook een tegenbeweging: weg van de toeristische industrie, tijd voor onthaasting. Ofwel: back to basics, zoals beeldend kunstenaar Alexander schrijft op zijn Officieuze Nederlandse Pelgrims Pagina.

Alexander liep in vier maanden van Amsterdam naar Santiago de Compostela, een van de bekendste bedevaartsoorden van de wereld. Sindsdien is hij verknocht aan de pelgrimage. Zijn website is een combinatie van praktische tips en historische achtergronden bij de Camino, zoals de bedevaartstocht naar Santiago wordt genoemd.

Die Camino is volgens Alexander al veel ouder dan het christendom. De symbolen van de pelgrim – de jakobsschelp en het zwaardkruis – duiden op een voor-christelijke vruchtbaarheidscultus. Maar veruit de meeste pelgrims die de stad door de eeuwen heen bezochten deden dat ter ere van de apostel Sint-Jakobus. Deze zou in Spanje hebben gepreekt. Terug in het Heilige Land werd hij door Herodes Agrippa onthoofd. Om zijn gebeente tegen plundering door islamieten te beschermen, brachten de christenen het terug naar Spanje. In de negende eeuw werd ter zijner eer en glorie een kathedraal gebouwd in Compostela.

Alexander is niet de enige die zijn hart aan de Camino heeft verloren. Een korte zoektocht op het web leert dat steeds meer Nederlanders te voet of per fiets de weg naar Compostela zoeken. Zelfs de ANWB besteedt er op zijn website aandacht aan. Veel van die moderne pelgrims doen op een eigen homepage verslag van hun tocht. Een al wat ouder, maar mooi voorbeeld is de website Herman’s way. Zeer uitgebreid is ook Camino a Santiago. Naast een verslag van zijn eigen bedevaart biedt de Amerikaan Michel Besson een uitputtend overzicht van websites, boeken en muziek over de Camino. Wie verder wil dan Santiago, kan zijn licht opsteken op Pilgrims Progress, waar onder meer informatie te vinden is over pelgrimages naar Noord- en Zuid-Amerika.

Wie niet zo nodig ver weg hoeft, kan gewoon in eigen land langs ‘s Heren wegen struinen. Je zou het misschien niet zeggen, maar ook in Nederland struikel je over de bedevaartsoorden. Die zijn letterlijke en figuurlijk in kaart gebracht door het Meertens Instituut.

Inderdaad: Het Bureau van Voskuil. Maar van het stoffige imago van de voormalige bureaus voor dialectologie, volkskunde en naamkunde is weinig meer over. Het instituut is niet alleen verhuisd naar een modern kantoorgebouw aan de rand van Amsterdam, het is ook erg modern in de presentatie van zijn collecties. Op de website van het instituut worden in rap tempo al die kaartsystemen waaraan Voskuil c.s. jaren hebben gewerkt elektronisch ontsloten. Eerder waren al namen, volksverhalen en feesten aan de beurt. Nu dus ook de bedevaartsoorden.

En dat zijn er nogal wat: 642 zitten er in het systeem. En elk van die bedevaartsoorden is van voor naar achter en van onder tot boven beschreven: Onze-Lieve-Vrouw met de Inktpot in Aardenburg, de Heilige Non van Oirschot, de moedermelk van Maria gevat in een beeld in Staveren, en de Zwarte Christus van Wyck. Daar hoef je dus helemaal niet voor naar verre vreemde landen. En als in de loop van dit jaar ook de afbeeldingen aan de databank worden toegevoegd, hoef je er niet eens meer de deur voor uit.

Overigens, voor wie dan toch de site van het Meertens Instituut bezoekt: vergeet niet even te klikken op de prachtige fotoserie van het oude gebouw. Een genot voor de liefhebber van Voskuil!

Complottheorieën

Condoleances, scheldpartijen, virtuele huilbuien – na de moord op Pim Fortuyn lieten internetgebruikers hun emoties massaal de vrije loop. Na de verbijstering kwamen de speculaties, met de complottheorieën rond de moord op Kennedy als nuttig voorbeeld.

Internet is een goudmijn voor de historicus van de toekomst. Niet dat de actualiteit er accuraat wordt gedocumenteerd. Integendeel, het web is een vat vol halve waarheden en hele leugens. Maar wie over een jaar of honderd wil weten hoe de vox populi anno 2002 klonk, duikt in de onuitputtelijke archieven van on line discussieplatforms.

Neem de nieuwsgroep nl.politiek. Van minuut tot minuut zijn de reacties op de moord op Fortuyn te volgen. Binnen een uur had de digitale discussie de stadia doorgemaakt waarvoor analoog Nederland een week nodig had. Ongeloof, woede, verkettering van de ‘linkse Kerk’, heiligverklaring en uiteindelijk mythologisering.

Nog voordat officieel bekend was dat Fortuyn de aanslag niet had overleefd, was de eerste vergelijking met de moord op John F. Kennedy een feit. Twee weken later wemelde het van de samenzweringen. Van de BVD tot de CIA, van Al Qaida, tot een Gideonsbende binnen de LPF – alle kregen de dood van Fortuyn in de schoenen geschoven.

Nu is het web natuurlijk het medium bij uitstek voor complottheorieën. De vergelijking met Kennedy komt niet uit de lucht vallen. Ontelbaar is het aantal websites over de moord op JFK. Via Yahoo zijn de populairste snel gevonden. Sommige theorieën zitten zo goed in elkaar dat je je als bezoeker makkelijk laat meeslepen. Wie houdt er niet van thrillers?

Eerst maar even de officiële versie, zoals verwoord door de commissie-Warren in opdracht van president Johnson. Het rapport van deze commissie is integraal te lezen op de website van The National Archives and Records Administration. Conclusies: de aanslag op Kennedy was het werk van Lee Harvey Oswald, en van hem alleen. Op weg naar de gevangenis werd Oswald neergeschoten door Jack Ruby. Ook dat was eenmansactie. De commissie vond niet het geringste spoor van een samenzwering of enige andere subversieve actie.

Nee, dan The Real History Archives. Artikel na artikel op deze website moet bewijzen dat de moord op JFK het werk was van de CIA. Bovendien wordt de ware toedracht tot op de dag van vandaag in de doofpot gehouden door een complot van politici, historici en journalisten. Vooral journalisten. Die staan, zoals iedereen weet, per gros op de loonlijst van de staat. De Amerikaanse variant van de ‘demoniseringstheorie’ van de fortunisten.

En het kan nog gekker, getuige The Ten Wackiest Kennedy Assassination Theories. Een greep uit het aanbod op deze website: JFK werd per ongeluk doodgeschoten door een van zijn eigen lijfwachten, er zijn meer dan zestig verschillende Oswalds en de samenzweerders achter de moord hebben ook het aids-virus verspreid. Als klap op de vuurpijl: Kennedy zette zijn eigen dood in scène!

Maar niet alleen de kwaal, ook het medicijn is op het web te vinden. Op zijn overcomplete website gaat John McAdams de complottheorieën rond Kennedy te lijf. Behendig hanteert hij Ockhams scheermes. Systematisch snijdt hij al die kleine en grote aannames weg waarop elke theorie is gebaseerd. Uiteindelijk blijft er weinig tot niets verdachts over.

Ook de interpretatie van Oliver Stone moet eraan geloven bij McAdams. Cinematografisch mag JFK misschien een meesterwerk zijn, historisch rammelt de film aan alle kanten. Pijnlijk nauwkeurig toetst McAdams scène voor scène aan het bronnenmateriaal. Waar mogelijk zijn fragmenten te vergelijken met origineel beeldmateriaal. De Zapruder-film, de beroemdste beelden van de moord op Kennedy, ontbreekt helaas. De erven Zapruder hechten zodanig aan hun copyright dat ze al menige website hebben laten sluiten vanwege het illegaal aanbieden van de film.

Over films gesproken: de paranoia-subcultuur in de VS is ook onderwerp van de niet-onaardige thriller Conspiracy Theory. Wie zelf niet over voldoende fantasie beschikt, kan op de website bij deze film een complottheorie op maat laten maken. Geef wat trefwoorden op als ‘Pim Fortuyn’, ‘Harry Mens’, ‘Paars’, ‘verkiezingen’ en ”LPF’, en ziedaar: de samenzwering is geboren. Stuur deze vervolgens naar een willekeurige on line discussiegroep. Succes gegarandeerd!

Ford

Op het web staan de oldtimers in de file. Wat hebben de lopende band, Canadese whisky en een koninklijke wielbasis met elkaar gemeen?

Een prachtige foto in de Volkskrant van 16 januari 2002. Het kapotte hek bovenaan de dijk, de bandensporen naar beneden, het uit zijn voegen gerukte portier. Je ziet niet alleen dat er een vreselijk ongeluk is gebeurd, in een oogopslag is ook de toedracht duidelijk. Maar er is meer. De ouderwets strenge politieagenten, de lange jas en hoed van de enige toeschouwer, de leegheid van het landschap en, bovenal het model van de auto; alles maakt duidelijk dat de foto dateert uit een tijd dat auto’s nog schaars waren en ongelukken nog veel schaarser.

Je ziet niet zo vaak foto’s van verkeersongelukken voor de oorlog. En ook deze plaat was waarschijnlijk nooit bewaard gebleven als de bestuurder niet Bernhard von Lippe-Biesterfeld had geheten. Het is 1937, en de prins had zijn aanrijding met een zandwagen bijna niet overleefd.

Zijne Koninklijke Hoogheid reed in een Ford Cabriolet, staat in het bijbehorende artikel. Op de foto is de auto niet meer als zodanig te herkennen. Wat zou ermee gebeurd zijn? Waarschijnlijk was hij total loss en rijp voor de sloop. Wie het model in zijn volle glorie – en in kleur – wil bewonderen, moet uitwijken naar het internet.

Daar is de auto snel gevonden. Het stikt op het web van de sites over oldtimers. Liefhebbers onderhouden een homepage over hun favoriete model; bedrijven en particulieren bieden hun klassieke schatten met pijn in het hart te koop aan: ‘1936 Ford Cabriolet Convertible. We hebben deze auto 26 jaar lang gehad. Ik heb hem gekocht van de eerste eigenaar. Rijdt geweldig, Banjo stuur. Was $37,500.00, nu $32,000.00.’ Voor dat geld rijdt u in het evenbeeld van de auto van de prins. Hetzelfde model wordt ook te koop aangeboden met de toevoeging ‘Rijdt op Canadese whisky, speciaal gebouwd voor kerkbezoek.’

Wat verder bladeren in de wondere wereld van de Fordliefhebbers leert dat Amerika niet het enige autominnende land is. De Oldtimers Gallery draait op een server in Rusland. De Russische webdesigners lopen nog wat achter, maar de liefhebber vindt op de site een smak aan informatie. Zo blijkt Bernard een van de 14068 trotse eigenaren van de Ford Cabriolet geweest te zijn. En wie wil niet weten dat de wielbasis van het koninklijke voertuig 112 inch was?

Wellicht interessanter voor de historisch geïnteresseerde surfer is de levensloop van Henry Ford zelf. De website van het Henry Ford museum biedt een aardige inkijk in het leven van de man die automobielen betaalbaar maakte voor iedereen. De politieke wandel van Ford is op zijn minst curieus. Hij financierde een pacifistisch project tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar gaf ook een krant uit die berucht was om zijn antisemitisme. Hij experimenteerde met industriële dorpen waar werknemers deels in de fabriek, deels op het land werkten. Tegelijkertijd was hij een hardnekkig tegenstander van de vakbonden.

Ford ging de geschiedenis in als een sociaal bewogen ondernemer. Hij had de naam goed voor zijn werknemers te zorgen en betaalde twee keer zoveel als andere ondernemers. Die werknemer moest dan wel getrouwd zijn en goed in de maatschappij geworteld zijn. Ook moest hij instemmen met de methode-Ford: een gespecialiseerd en gemechaniseerd productieproces. Hoe geestdodender het werk, hoe hoger de productiviteit.

Dit ‘Fordisme’ is later door sociologen verheven tot icoon van de moderne massamaatschappij. Een interessante discussie over de verheerlijking van massaproductie en -consumptie is te vinden op Sociology Online.

Terug naar de auto’s. Bij het zoeken naar informatie over Ford komt én link steeds weer bovendrijven: die naar het Den Hartogh Ford Museum. De grootste privé-verzameling oude Fords blijkt zich niet te bevinden in Amerika of Rusland, maar in Hillegom. Maar liefst tweehonderd modellen zijn er te bezichtigen. En wie had de eer de jongste aanwinsten van het museum te onthullen? Juist: Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard.