Religie

Uitersten liggen op internet dicht bij elkaar. Wie denkt dat het web een groot Sodom en Gomorra is, heeft het mis. Ook langs de digitale snelweg staat menig godshuis.

Hilariteit alom toen de website van het Bisdom Den Bosch afgelopen februari meldde dat de Heilige Stoel overwoog een beschermheilige voor internet aan te wijzen. De keus was gevallen op de heilige Isidorus van Sevillia (556-636). Deze eer heeft de kerkleraar te danken aan zijn levenswerk Etymologiae, een encyclopedie in twintig delen die in haar veelomvattendheid vergelijkbaar is met het huidige internet.

Het bericht inspireerde Kees Fens tot een portret van de vrome aartsbisschop. Met veel kennis van zaken analyseert de Volkskrant-recensent het werk van de middeleeuwse wetenschapper. Maar op internet kon hij niets over Isidorus vinden: ‘Hij hield zich nederig verscholen.’

Hoe erudiet Fens ook moge zijn, thuis op internet is hij kennelijk niet. Een snelle zoektocht leert dat Isidorus zeer aanwezig is op het web. Voorstellen om hem patroonheilige van het web te maken, dateren al uit de jaren negentig. Volgens de websites HeiligenNet en The Catholic Community Forum heeft het Vaticaan dit verzoek zelfs al jaren geleden gehonoreerd. Dus last van RSI of gedwarsboomd door antichrist Bill Gates? Richt u tot Isidorus! Schietgebedjes zijn in alle mogelijke talen op het web voorhanden.

Religie doet het goed op internet. Een van de grootste portalen voor gelovigen is het Amerikaanse Beliefnet. Alle wereldreligies vinden er een plek, van christendom tot shintoïsme, van islam tot scientology. Per geloof is er een korte introductie met historische achtergronden, voornaamste dogma’s en een schatting van het aantal gelovigen. Wie meer wil weten kan kiezen uit een keur aan teksten, verwijzingen en boeklijsten.

Beliefnet is onderverdeeld in communities waar gelovigen gelijkgestemden kunnen ontmoeten. Daarnaast draagt de site een steentje bij aan interreligieuze tolerantie. Zo leert de afdeling over etiquette welke cadeaus toepasselijk zijn als je op kraamvisite gaat bij moslims, waarom je een Jehova’s getuige beter niet kunt feliciteren met zijn verjaardag, en hoe je een boeddhist het best kunt condoleren.

Ook voor bijbelstudie is internet een geweldig medium. Zelfs de beste papieren concordantie kan niet op tegen de mogelijkheden van het web. Een mooi voorbeeld is Crosswalk, een website waar kriskras door de Heilige Schrift kan worden gezocht. Daarbij is keuze uit meerdere historische Engelstalige bijbels. Wie wil, kan passages uit de Vulgaat vergelijken met bijvoorbeeld een Spaanse, Russische of Arabische vertaling. De site herbergt een schat aan uitleg en interpretatie.

Niet alleen godsvruchtige Amerikanen roeren zich, ook het Nederlandstalige web biedt geloof, hoop en liefde. Zo is ook onze ‘eigen’ Statenvertaling online te doorzoeken – helaas zonder nadere uitleg, maar wel rijkelijk geïllustreerd. Voor godsvruchtige kindertjes zijn bijbelse kleurplaten van het web te downloaden. Hun ouders kunnen terecht bij het Bijbel Archief, waar onder meer gepoogd wordt Genesis en Darwin met elkaar te verzoenen.

Stichtelijke sites zijn er dus genoeg, maar Nederlandse websites die zich richten op de geschiedenis van het christendom zijn amper te vinden. Het Bijbels Museum toont op zijn website de pronkstukken uit de collectie, maar daarmee houdt het wel zo ongeveer op. Hetzelfde geldt voor andere grote godsdiensten in ons land, zoals de islam.

Dat is jammer, want godsdienstgeschiedenis is erg populair. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de interesse voor de historische Jezus. Veel informatie over de man uit Nazareth is samengebracht in The Jezus Archives. Zoals zo vaak geven ook de buitenlandse kwaliteitsomroepen het goede voorbeeld. Son of God van de BBC en From Jesus to Christ van het Amerikaanse PBS bewijzen dat de bijbel ook voor niet-gelovigen geweldig interessant kan zijn.

Voorwaarde is wel dat computer en internetverbinding meewerken. En geloof het of niet, tijdens het schrijven van dit stukje is mijn gloednieuwe computer dusdanig gecrasht dat er met geen mogelijkheid meer beweging in te krijgen is. Sint-Isidorus heeft kennelijk belangrijker dingen te doen.

Asterix

Asterix en Obelix blijven niet alleen leuk vanwege de grappen, maar ook door de manier waarop wetenswaardigheden uit de oudheid aan bod komen. Op de officiële website, waar druïde Panoramix zijn toverdrank brouwt, is menig tekst ontleend aan Ovidius.

Anno 2001 is het hele internet bezet door de dotcom-industrie. Het héle internet? Nee, een klein aantal hobbyisten blijft moedig weerstand bieden aan keizer Pecunia.

Half maart was het weer zover. Een nieuw boek, deel 31 van de avonturen van Asterix, lag in de winkel. Net als in de gelijknamige opera van Verdi draait het in Asterix en Latraviataom een femme fatale. Veel verder gaat de vergelijking niet. Het is geen sterk verhaal, maar eigenlijk geldt dat voor alle albums die tekenaar Uderzo na het overlijden van scenarioschrijver Goscinny in 1977 maakte. Toch blijven de avonturen van Asterix en Obelix leuk. Door de steeds terugkerende grappen, maar ook door de losse manier waarop wetenswaardigheden over de oudheid de revue passeren.

Dat laatste was vorig jaar aanleiding voor het Leidse Rijksmuseum van Oudheden een succesvolle tentoonstelling in te richten met de strip als uitgangspunt. Inmiddels is de expositie verhuisd naar het Belgische Tongeren waar hij tot september is te zien in het Gallo-Romeins Museum. Op de website Asterix in Europa zijn de topstukken uit de tentoonstelling te bekijken. De nadruk ligt op de overeenkomsten tussen het Europa van toen en nu. In de begeleidende teksten wordt de geschiedenis wel erg gemakkelijk gebruikt als propaganda voor een verenigd Europa. Niet verwonderlijk, want hoofdsponsor van zowel tentoonstelling als website is de Europese Unie.

Heel wat leuker is een bezoek aan de officiële Asterix-website. In een gelikte vormgeving komt het ons welbekende dorpje tot leven. Stamhoofd Abraracourix foetert zijn dragers uit, Obelix houwt zijn menhirs en druïde Panoramix brouwt toverdrank. Bard Assurancerix drijft iedereen tot waanzin met zijn afgrijselijke gezang. De bewoners van het dorp gaan elkaar te lijf met rotte vis, Romeinen worden in de pan gehakt en natuurlijk ontbreekt ook de schranspartij niet waarmee ieder avontuur wordt afgesloten.

Spaarzaam komt ook de historische werkelijkheid aan bod. Zo leren we dat menhirs 4000 jaar ouder zijn dan de tijd van Asterix en dat het Gallische pantheon maar liefst vierhonderd goden telt. Voor wie zijn klassieken niet paraat heeft, wordt de herkomst van Latijnse citaten uitgelegd. De inhoud van menig tekstballonnetje blijkt ontleend aan Ovidius, Vergilius, Cicero of Tacitus. Het leukst is de afdeling met karikaturen van historische figuren en societysterren die in de strip voorkomen: van Freud tot de Beatles en van Sean Connery tot Chirac; allemaal hebben ze een rolletje meegespeeld. Enkele tekeningen lijken verdacht veel op de schilderijen van Rembrandt en Breugel.

Wie op zoek gaat naar historische waarheden in de Asterix-albums komt al snel terecht bij René van Royen. Deze Amsterdamse historicus schreef samen met classica Sunnyva van der Vegt het succesvolle Asterix en de waarheid. Vorig jaar maart verscheen een tweede deel: Asterix en de wereld. Asterix-liefhebber BéPé was zo enthousiast over Asterix en de waarheiddat hij een gelijknamige website opzette. En zoals zo vaak gebeurt op internet, nam hij het daarbij niet zo nauw met de auteursrechten. ‘Toen ik met mijn website begon, moest ik mijn pagina’s vullen. Het boek was daar perfect voor.’ Inmiddels zijn alle letterlijke passages van de website verwijderd. ‘De site is nu zo groot dat ik redelijk wat bezoekers per dag krijg. Ik vond het niet meer nodig om Van Royen en Van der Vegt nog langer te teisteren met mijn kopieën.’

Het eerste bericht in het gastenboek van BéPé is van Asterix-fan Hans Selles: ‘Mooie site! Ik zie dat je stevig bent wezen knippen plakken uit andere sites. Maar ach, wie doet dat niet?’ Selles zelf onderhoudt maar liefst twee websites over zijn favoriete stripheld, een Nederlandse en een Engelstalige. Daarop verzamelt hij de woorden waar de verschillende albums mee beginnen, in zoveel mogelijk talen en dialecten. De versie uit het Belgische Gent is het mooist: ‘We schrijven 50 v. Chr., Gallië is gieltegans bezet der de Romeinen… Gieltegans? Neeje. In én deurpke blijven courageuze Galliërs zich tegen d’invallers verzetten.’

Waterloo

Historische veldslagen hebben altijd tot de verbeelding gesproken. Hoe groter de afstand in plaats en tijd, hoe romantischer het strijdtoneel ons voorkomt. Ook internet kent zijn velden van eer.

‘La Garde recule!’ Het is 18 juni 1815, laat in de middag, en La Garde Impériale blaast de aftocht. Terstond breekt paniek uit in de gelederen van La Grande Armée. Als de elitetroepen van de keizer zelf zich al terugtrekken, moet de strijd welhaast zijn verloren! Eén, twee, vijf, tien man verbreken de linie. Al snel slaat het hele leger op de vlucht. Tot diep in de nacht wordt het achtervolgd door Britse, Hollandse en Pruisische soldaten. The Duke of Wellington heeft zijn grote rivaal Napoleon verslagen, de slag om Waterloo is voorbij.

Tot de overwinnaars behoort ook William Siborne, een achttienjarige kapitein uit Ierland. Eenmaal thuis kan Siborne de veldslag niet van zich afzetten. Gedreven begint hij informatie over het strijdtoneel te verzamelen. Honderden officieren schrijft hij aan met het verzoek te beschrijven wat zij zich van die dag in juni herinneren. Het doel van deze verzamelwoede is een maquette van het slagveld. Daarmee hoopt Siborne de glorie van Wellington voor toekomstige generaties veilig te stellen.

In 1838 is het diorama klaar. Op een oppervlakte van 38 vierkante meter heeft Siborne de omgeving van Waterloo nauwkeurig nagebouwd. Zeventigduizend beweegbare miniatuur soldaatjes geven de exacte positie weer van de legers van Wellington en Napoleon op het moment dat de keizerlijk garde de aanval afbreekt. Een kleine omissie: de Pruisische troepen ontbreken. Daarvoor had Siborne geen tin meer over. De maquette kostte hem zijn hele kapitaal. In 1849 sterft hij als een arm man. Maar zijn levenswerk blijft gespaard en is nog immer het pronkstuk van het National Army Museum in Londen.

Niet alleen William Siborne was bezeten van de slag bij Waterloo. De afgelopen tweehonderd jaar heeft de ondergang van Napoleon menig kunstenaar tot inspiratie gediend. Sporen van deze ijver zijn te vinden op internet. Zo schilderde de Franse marineschilder Louis Dumoulin een panorama van de slag, dat te zien is op de website van het bezoekerscentrum in Waterloo zelf. Wie meer wil weten over Napoleon, kan zijn hart ophalen bij The Napoleontic Gallery, een website boordevol beeldmateriaal over de kleine generaal en zijn tijd. En dan is er nog de firma Cranston, waar honderden reproducties van schilderijen vol krijgsgeweld bekeken en besteld kunnen worden. Ook vandaag de dag blijkt bezetenheid van veldslagen nog volop te bestaan.

Dat laatste blijkt des te meer uit de vele sites gewijd aan zogenaamd re-enactment; het naspelen van historische veldslagen. Verbazingwekkend veel volwassen mannen blijken zich geregeld te verkleden en vol ernst ten strijde te trekken voor respectievelijk King and Country of Revolution et Patrie. De heren nemen deze verkleedpartij zeer serieus, zo blijkt uit de vele foto’s en verslagen op hun homepages. Op de uitstekende website Napoléon is een hele lijst verwijzingen naar dergelijke pagina’s te vinden.

Ook de thuisblijvers laten zich niet onbetuigd. Zij zoeken het meer in de traditie van Siborne en leven zich uit met tinnen soldaatjes op de keukentafel. De soms prachtige resultaten zijn te zien op Histoire et Figurines, een website geheel gewijd aan oorlogvoering op de vierkante centimeter. Een rondje langs webwinkels die miniaturen verkopen leert dat we het hier niet hebben over een goedkope hobby. Om niet te eindigen als Siborne moet je een flinke zak geld meenemen: infanteristen, én dood, de ander stervende, 35 dollar.

Wie niet over een grote buidel beschikt maar toch de beroemde slag opnieuw wil beleven, kan kiezen voor een van de vele bord- of computerspelen met Waterloo als thema. Gaming is hot op internet, en strategiespellen vormen een populair subgenre. Een hele verzameling is samengebracht op The Napoleonic Wargame Pages. De mooiere spellen zijn te koop op cd-rom. Maar er zijn ook gratis spelletjes te spelen, tegen de computer of tegen andere internetters. Wie voorzichtig wil beginnen kan bij de BBC op eenvoudige maar zeer fraaie wijze de beroemde slag naspelen, naar keuze vanuit de positie van Wellington of Napoleon. De uitdaging is natuurlijk om de slag voor de Fransen winnend af te sluiten. Maar wees gewaarschuwd als u de keizerlijk garde in stelling brengt!

Trafalgar
In een ander Londens Museum, The National Maritime Museum, staat een andere confrontatie tussen de Britten en Napoleon centraal. Op een meters hoog scherm wordt daar een driedimensionale weergaven van de slag bij Trafalgar vertoond. Op basis van gedetailleerde historische beschrijvingen is de slag waaraan het mooiste plein van de stad zijn naam dankt weer tot leven gewekt. We zien het vlaggenschip van Admiraal Nelson langszij zijn Franse tegenhanger komen, we volgen de clash die volgt. Tot slot zijn we ervan getuige hoe Nelson de slag wint en zijn leven verliest. Helaas laat de site van het NMM de bedoelde animatie niet zien. Wel is er van vier verschillende zeeslagen van Nelson een interactieve animatie te vinden.

Tiananmen

De Tiananmen Papers veroorzaakten veel ophef in de Westerse Wereld. Op het web is weinig te vinden over de onthullende documenten. Toch zijn fragmenten via internet in China opgedoken.

Er zijn historische beelden die voor altijd op je netvlies staan: Roosevelt, Churchill en Stalin in Jalta, Jackie Kennedy gebogen over een achterbank in Dallas, de handdruk van Arafat en Rabin, Jeltsin op een tank, dansende mensen op de Muur. En dat andere beeld uit 1989: een Chinese student in zijn eentje tegenover een rij tanks. Steeds als ik die foto zie vraag ik me af wie de confrontatie gewonnen heeft.

De afgelopen maand stond het bloedbad op het Plein van de Hemelse vrede weer even in de belangstelling. Begin januari verschenen The Tiananmen Papers, een verzameling documenten die weergeeft hoe de politieke top reageerde op de studentenprotesten in de lente van 1989. In detail valt te lezen hoe binnen het politbureau een machtstrijd woedde tussen haviken en meer hervormingsgezinde partijbonzen. Uiteindelijk moest Deng Xiaoping, partijleider in ruste, de knoop doorhakken. Uit angst voor zijn eigen hachje besloot Deng het leger in te zetten. Schattingen over het aantal slachtoffers van de ontruiming van het plein lopen uiteen van enkele honderden tot duizenden betogers.

De documenten zijn verzameld en naar Amerika gesmokkeld door een partijfunctionaris die opereert onder het pseudoniem Zhang Liang. Naar eigen zeggen gelooft Liang nog steeds in het communisme, maar wil hij met zijn daad de conservatieve vleugel in de partij in diskrediet brengen. Zo zou de broodnodige politieke hervorming weer een kans krijgen. Als Liang in zijn opzet slaagt, zouden de Tiananmen Papers wel eens tot de belangrijkste documenten uit de geschiedenis kunnen gaan horen.

Des te vreemder is het dat er op internet amper iets te vinden is over de bloemlezing uit de partijstukken. Alleen op Usenet, het discussiegedeelte van internet, houdt het gekonkel van de apparatsjik de gemoederen bezig. Inzet is de vraag in hoeverre de stukken echt zijn. Sommige discussiedeelnemers vrezen dat Liang een vervalser is. De drie gerenommeerde sinologen die de documenten vertaalden zijn overtuigd van hun authenticiteit.

Gelukkig is los van de Papers wel informatie voorhanden over de studentenopstand. Het Amerikaanse televisieprogramma Frontline besteedt op haar website uitgebreid aandacht aan de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede. Naast een uitgebreide chronologie zijn originele documenten, beeld- en geluidsfragmenten en interviews te raadplegen.

Interessant zijn enkele essays over de rol van de westerse media. Een van de stukken stelt dat de slachting op het plein in het westen werd overdreven omdat het studentenprotest bij westerse journalisten nostalgische gevoelens over de eigen studentenrevolte van de jaren zestig losmaakte. Het echte bloedbad zou elders in Peking plaats hebben gevonden. Bovendien zouden de slachtoffers geen studenten, maar arbeiders zijn geweest. Deze stelling is gebaseerd op het relaas van een van de schaarse ooggetuigen van het schoonvegen van het plein.

De interactieve rondleiding over het plein doet wat knullig aan. Voor een impressie van Tiananmen kunt u beter te rade gaan bij Peter Danford. Hij maakte meerdere panoramafoto’s die het idee geven dat je op het plein zelf staat. Politiek correct is de site niet: de grote roerganger Mao vult om de haverklap je scherm en over de studentenprotesten is geen letter te vinden.

De (Europese) nieuwssite Insite China biedt een genuanceerde blik op de voorgeschiedenis en het verloop van de Chinese lente. De schaarste aan beeldmateriaal laat zich prima aanvullen door de site van Christus Rex, waarop honderden (soms gruwelijke) foto’s van de opstand zijn verzameld. U kunt zich de moeite besparen de begeleidende teksten te lezen. Objectiever feitenmateriaal is te vinden op de sites van het Amerikaanse National Security Archive en van Amnesty International.

Wie in China zelf een van de genoemde sites probeert op te roepen, stuit overigens op een zwart scherm. Ook al is China de grootste groeimarkt voor het internet – het aantal Chinezen dat toegang heeft tot het web verdubbelt ieder half jaar – de aard van het web en die van het politieke systeem in de Volksrepubliek zijn met elkaar in strijd. De een staat voor zo groot mogelijke openheid, de ander voor absolute staatscontrole van alle informatie.

Omdat de Chinese machthebbers niet blind zijn voor de economische voordelen van het web, proberen zij deze twee uitersten in een onmogelijke spagaat met elkaar te verenigen. Zo heeft iedere Chinese provider een censor en loopt alle internetverkeer via een server van de overheid. De afgelopen maand bleek de Chinese Muur in cyberspace niet waterdicht. Fragementen van The Papers doken op in chatrooms en nieuwsgroepen.

Het online aanbieden van de Tiananmen Papers kan dus wel degelijk grote invloed hebben op de politieke situatie in het land. Voorwaarde is dat de uitgever haar commerciële belangen aan de kant schuift en de stukken op het web publiceert. Voor Uitgeverij Contact, die de Nederlandse vertaling Het Tiananmen Dossier uitbracht, een mooie kans om iets goed kan maken van de smakeloze slagzin waarmee zij het boek aanprijst: Materiaal waar geheime diensten een moord voor zouden doen nu in de boekhandel.

Stoom

De uitvinders van de stoommachine zetten een revolutie in gang. Ook in het internettijdperk blijven de ingenieuze vindingen van de pioniers verbazen.

Beroemde scène uit de Donald Duck: Guus Geluk doet mee aan een prijsvraag, de beslissende vraag luidt: ‘Wie vond de stoommachine uit?’ In opperste verbijstering roep de verwende neef van Donald uit: ‘Wat?’ en wint daarmee een luxe cruise naar Verweggistan. Maar was James Watt wel echt de uitvinder van de stoommachine? Het web weet de waarheid.

Een bezoekje aan webcyclopedie Brittannica leert al snel dat Watt niet de vader van de stoommachine was. Al in de eerste eeuw na Christus beschreef Heron van Alexandrië verschillende apparaten die gebruik maakten van stoomkracht. Nuttige toepassingen noemde hij niet; de machines dienden vooral ter lering en vermaak. Voor zwaar werk had men slaven genoeg.

Pas in de zeventiende eeuw bedachten uitvinders meer efficiënte manieren om de kracht van stoom te gebruiken. Thomas Savery patenteerde in 1698 een machine waarmee water uit mijnschachten kon worden gepompt. Enkele jaren later, in 1712, ontwierp Thomas Newcomen de eerste stoommachine die gebruik maakte van een zuiger.
Het zou nog tot 1765 duren voordat James Watt zijn revolutionaire aanpassingen aan Newcomens uitvinding deed. Vanaf 1784 werd de stoommachine de drijvende kracht achter de Industriële Revolutie van de achttiende en negentiende eeuw.

Hoe de verschillende stoommachines werken wordt uitgelegd op Fred Dibnah’s Industrial Age, onderdeel van de website van de BBC. Dibnah presenteert populair wetenschappelijke programma’s op de Britse televisie. Wat hem onderscheidt van Nederlandse collegae als Middas Dekker en Jan Douwe Kroeske is zijn historische benadering van de techniek.

Op het eerste gezicht heeft de website een hoog Sesamstraat-gehalte. Wie doorklikt ontdekt een interessant en bovenal multimediaal overzicht van het stoomtijdperk. Vooral de animaties van de stoommachines zijn leerzaam. Ook in het internettijdperk blijven de ingenieuze vindingen van de pioniers verbazingwekkend. Techniek kan echt leuk zijn, wetenschapsgeschiedenis fascinerend. Helaas lopen we in Nederland mijlenver achter bij de Angelsaksische traditie in deze tak van de historie.

Wie echt alle ins and outs van de stoommachine wil weten, kan zijn hart ophalen bij de online Steam Engine Library van de University of Rochester. Maar niet alleen de technische details van de motor van de industrialisatie zijn interessant, ook de sociaal- economische en culturele gevolgen daarvan. Die zijn breed uitgesponnen op The Victorian Web. Op deze rijk geïllustreerde website is alles te vinden wat je maar wil weten over Engeland onder Queen Victoria (1837-1901). Er is aandacht voor politiek, economie, kunst en cultuur. De dubbele seksuele moraal en de strenge etiquette waaraan het tijdperk zijn bekendheid dankt ontbreken niet.

Ook de schaduwkanten van de Industriële Revolutie – kinderarbeid, milieuvervuiling, klassenstrijd – komen aan bod. Maar op dat vlak moet de site zijn meerdere erkennen in de Spartacus Encyclopaedia of British History. Treffend worden daar de uitwassen van het kapitalisme in beeld gebracht. Tijdgenoten beschrijven fabriekstaferelen die niet onderdoen voor de boeken van Charles Dickens.

Neem het verhaal van Mary Richards, tien jaar oud en werkzaam in een weverij. Op een avond in 1828 wordt haar jurk gegrepen door een drijfas. Schreeuwend van de pijn raakt zij steeds verder bekneld in de machinerie. De aanwezigen horen een voor een haar botten knappen. Uiteindelijk brengt haar lichaam het raderwerk tot stilstand, maar tegen die tijd is Mary al overleden. Mary Richards was niet de enige: ruim de helft van de fabriekskinderen kreeg een arbeidsongeval. Een Duitser die in 1842 Manchester bezocht zag op straat zoveel mensen die een been of arm misten, dat ze hem deden denken aan een leger dat terugkwam van een veldtocht.

Hekserij

Wat hebben een griezelfilm, latent sadomasochisme en een Amerikaanse gouverneursvrouw met elkaar te maken? Hekserij in cyberspace.

Met een budget waarvoor zelfs Nederlandse cineasten hun neus zouden ophalen veroorzaakten twee volledig onbekende filmmakers in 1999 een wereldwijde hype rond de film The Blair Witch Project. Dit succes was niet in de laatste plaats te danken aan internet. Lang voordat de film de bioscoop bereikte, gonsde het op het web van geruchten over de verdwijning van drie jonge studenten aan de filmacademie. Zij zouden nooit teruggekeerd zijn van een reportage over de Blair Witch. Wel zou hun filmmateriaal teruggevonden zijn, met daarop angstaanjagende beelden van hekserij. De website blairwitch.com bezweek onder de stroom nieuwsgierigen. Ook nadat de film was uitgekomen hadden hele volksstammen nog moeite feit en fictie van elkaar te scheiden.

Ook in vroeger eeuwen dienden heksenvervolgingen als amusement; bezoek aan een heksenverbranding was een populair tijdverdrijf. Over de geschiedenis van de hekserij en de heksenvervolgingen is veel te vinden op het web. Historicus en webdesigner Dietmar Nix van de universiteit van Keulen maakte de zeer fraaie website The Witch Hunt. Daarop laat hij zien hoe feit en fictie ook in de perceptie van de heksenvervolgingen door elkaar lopen. Er gaapt een grote kloof tussen de resultaten van historisch onderzoek en de populaire ideeën over dit onderwerp.

>Eén voor een ontkracht Nix de hardnekkige misverstanden over de vervolgingen. Zij waren niet primair gericht op vrouwen, zij werden niet georganiseerd door de kerk en het aantal slachtoffers liep niet in de miljoenen. Als reden voor het voortbestaan van deze misvattingen is wel de seksuele aantrekkingskracht van onschuldige, gemartelde vrouwen geopperd. Nix acht politiek misbruik van de heksenvervolgingen waarschijnlijker dan latent sadomasochisme. Als voorbeeld noemt hij de feministes uit de jaren zeventig, die van de vervolgingen een voorbeeld van vrouwenonderdrukking maakten. Mannelijke slachtoffers pasten niet in dat beeld.

The Witch Hunt biedt de mogelijkheid tot het bijwonen van een virtueel heksenproces met de bezoeker zelf in de beklaagdenbank. Niet zonder humor beschrijft Nix de verschillende stadia van het proces. Aan u de taak de aantijgingen van de aanklager te weerleggen. Als u schuldig wordt bevonden, kunt u altijd nog proberen uw leven te redden op de website van de heksenwaag te Oudewater. Daar kunt u zich online laten wegen. U krijgt zelfs een certificaat dat u vrijpleit van duivelsaanbidding. Mits u niet te licht bevonden wordt natuurlijk.

Iets minder luchtig gaat het eraan toe op The Witching Hours. Deze website is voor mensen met een sterke maag. En detail valt te lezen welk marteltuig de vervolgers konden aanwenden om hun slachtoffers tot bekentenis te brengen.

De site neemt verder enkele beroemde heksenprocessen onder de loep. Indrukwekkend is het verhaal van het gezin Pappenheim. Eind zestiende eeuw organiseert Maximiliaan I van Beieren een groots showproces, bedoeld als afschrikwekkend voorbeeld. Als zondebok fungeren de Pappenheimers, arme sloebers die toch al het ongeluk van de wereld op hun schouders dragen. Na gruwelijke openbare martelsessies eindigt het hele gezin op de brandstapel en wordt levend verbrand.

Een berucht voorbeeld van heksenvervolging speelt zich af in het Amerikaanse Salem. Begin 1672 schrikt dit puriteinse stadje op als enkele jonge meisjes zich vreemd beginnen te gedragen: ze vloeken als dokwerkers, slaan wartaal uit, krijgen toevallen en lijken soms in trance. Lichamelijke oorzaken worden niet gevonden en al snel komt men tot de conclusie dat de meisjes zijn behekst. De verdenking valt op de slavin van een van de getroffen families. In eerste instantie ontkent de vrouw alles, maar de zweep frist haar herinnering snel op. Niet alleen bekent zij haar ziel te hebben verkocht aan de duivel, ook onthult zij het bestaan van een samenzwering van heksen die erop uit zijn de puriteinen van Salem te vernietigen.

Reconstructies van de heksenwaan in Salem zijn op verschillende plekken op het web te vinden. Bijzonder de moeite waard zijn Salem Papers. Op deze site zijn transcripties van de verhoren te lezen. Deze elektronische bronnenuitgave brengt de onmogelijke positie van de beklaagde wel heel dichtbij. Je zou bijna denken dat de makers van The Blair Witch Project ze ook gelezen hebben. Deel twee van de film draait inmiddels in de bioscoop en ook deze keer gaan op de website feit en fictie vloeiend in elkaar over.

Wicca
Wie dacht dat hekserij niet meer bestond, wordt op internet snel uit de droom geholpen. Moderne hekserij, ook wel Wicca genoemd, is een natuurreligie die zich in toenemende populariteit mag verheugen. Deze website biedt een mooi vormgegeven uitleg van de hedendaagse hekserij.

Heksenhamer
In 1486 verscheen het eerste handboek voor de heksenjager, de Malleus maleficarum ofwel Heksenhamer. De monniken die het boek schreven, Heinrich Kramer en Jacob Sprenger, verpakten hun persoonlijke frustraties omtrent vrouwen in een christelijk sausje. De teksten zijn tegenwoordig ook online te lezen.

Harry Potter
Dat heksen populair zijn mag blijken uit het succes van Harry Potter: tot in China aan toe dromen kinderen ervan als tovenaarsleerling te worden aangenomen op heksenhogeschool Hogwarts. Overigens niet alleen kinderen houden van Potter, ook volwassenen verslinden de boeken van schrijfster J.K. Rowling. Op het web is Harry ruim vertegenwoordigd, bijvoorbeeld op de site van de uitgever en bij de Volkskrant.

Virtuele gemeenschap

Tot het magische internetvocabulaire behoort ook de spreuk ‘virtual community’. Een van die virtuele gemeenschappen groepeert zich rond een negentiende-eeuwse Britse huzaar.

Hij is een ongenadige pestkop, een onverbeterlijke rokkenjager, een onbetrouwbare profiteur en een ongelooflijke lafaard. En toch is Harry Flashman in veler ogen de grootste held van het Victoriaanse tijdperk. Flashman werd geboren in 1822 in Leicestershire. Zoals het een jongeman uit de Britse aristocratie betaamt, bezocht Harry een van de betere public schools. De keuze viel op Rugby School, door Thomas Hughes vereeuwigd in diens jongensboek Tom Brown’s Schooldays uit 1857. In het boek speelt Flashman slechts een bijrol. De laatste aan hem gewijde passage verhaalt hoe de jonge Flashy wegens dronkenschap van school werd gestuurd.

Begin twintigste eeuw besloot de tachtigjarige Sir Harry Flashman zijn memoires te schrijven. Als startpunt koos hij zijn afscheid van Rugby. Allereerst om Thomas Hughes te corrigeren: het was niet zijn idee geweest die bewuste dag bier en gin door elkaar te drinken: ‘I knew better than to mix my drinks, even at seventeen.’ Maar vooral omdat zijn vertrek van school het begin inluidde van zijn militaire carrière als huzaar. Een carrière die hem langs alle grote negentiende-eeuwse veldslagen zou voeren en hem in contact bracht met de groten der aarde van zijn tijd.

Zo was Flash een van de weinige overlevenden van de Eerste Afghaanse oorlog in 1842 en nam hij deel aan de Krimoorlog (1854-1856). Hij was getuige van The Great Mutiny in India in 1857 en hij stond generaal Custer terzijde bij Little Bighorn in 1876. En lang voordat Otto Bismarck het Duitse Rijk nieuw leven inblies, had Flashman het al met hem aan de stok. Ook in de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) gaf Flash acte de presence; hij vocht aan beide zijden.

In zijn memoires, inmiddels bekend als The Flashman Papers, beschreef Sir Harry de ware toedracht van zijn vermeende heldendaden, maar ook tot in detail zijn amoureuze escapades. Na zijn dood in 1915 werd de stapel geschriften gevonden door zijn familie. Vanwege de schokkende inhoud besloten de erven Flashman het manuscript geheim te houden. Het is dan ook puur toeval dat schrijver George MacDonald Fraser er in 1965 bij een openbare boedelverkoop de hand op wist te leggen. Fraser besefte ter plekke de waarde van zijn vondst. Inmiddels zijn er maar liefst tien door hem geredigeerde en geannoteerde delen van The Flashman Papers verschenen.

Flashman is een kruising tussen Tijl Uilenspiegel en Forest Gump. Hij heeft lak aan conventies, maar door steeds op het juiste moment op de juiste plaats te zijn, wordt hij zijns ondanks een held. Flash is lang niet altijd sympathiek en zeker niet politiek correct: hij ziet er geen been in onwillige dames te dwingen hem ter wille te zijn en schept er evenzeer genoegen in af en toe een van zijn bedienden af te tuigen met de zweep. Maar juist zijn volstrekt amorele karakter maakt Flashman volgens de Boston Review historisch interessant: “Indeed, he is the voice of history itself.”

Vandaag de dag heeft Flash een bescheiden maar trouwe schare fans. En net als de vrouwen in zijn leven, zijn die liefhebbers verspreid over de hele wereld. In alle uithoeken van het voormalige Britse wereldrijk bevinden zich Flashman Societies, ook wel Chapters geheten. Ieder voor zich stellen die Chapters weinig voor. Maar door met elkaar contact te onderhouden via het internet, vormen zij een heuse virtuele gemeenschap, met Old Flashy als bindmiddel.

De meeste Chapters beschikken over een website. Deze sites zijn aaneengeregen tot een webring, een verzameling sites met een gemeenschappelijk onderwerp. Doordat alle sites binnen de ring met elkaar zijn verbonden, ontstaat én groot gemeenschapshuis. Daarbinnen is een grote hoeveelheid informatie verzameld over het leven van Flash en de historische gebeurtenissen waaraan hij deelnam. Chronologieën, stambomen, landkaarten; alle achtergrondinformatie bij de boeken die je je maar kunt wensen is te vinden op het web.

Zo verzorgden sommige bewonderaars een Who is Who van Flashmans bedgenotes terwijl anderen een glossarium samenstelden van de vele bon-mots van hun idool. The Royal Flashman Society of North Carolina claimt te beschikken over de dagboeken van Harry’s grootvader Jack Flashman, die een belangrijke rol speelde tijdens de Amerikaanse Revolutie.

Ook op Usenet, het discussiegedeelte van het internet, is Flashman vertegenwoordigd. Eén vraag is in de nieuwsgroep alt.books.george-fraser taboe. Maar alleen de echt fantasielozen onder ons durven zich af te vragen of Flashman echt heeft bestaan.

Britse militaire geschiedenis
Voor een goed begrip van The Flashman Papers is enige kennis van de geschiedenis van de Britse strijdkrachten geen overbodige luxe. Een overzicht is te vinden op British-Forces.Com.

De internetgeneratie

Het denken in generaties is in de sociologie een geliefd tijdverdrijf. Ook historici hechten grote waarde aan het generatiemodel. Na de protestgeneratie, de generatie X, Nix en de patatgeneratie is er een nieuw fenomeen: de internetgeneratie.

Je houdt van ze of je haat ze, een tussenweg is er niet: Wipneus en Pim, twee van de populairste diskjockeys in het Nederlandse clubcircuit van het moment. Wie een avondje disco als een serieuze zaak beschouwt, hij zoeke zijn vertier elders. Bij de kabouters is het vooral feest. Oude en nieuwe platen door elkaar, alles kan, zolang het maar dansbaar is. En tot grote hilariteit van de zaal verluchtigen de dj´s hun show met de tunes van populaire kinderseries uit de jaren tachtig. Bij gastoptredens van Vader Abraham en Danny Christiaan gaat het dak eraf.

Als Wip en Pim het podium beklimmen, vindt in de zaal een waterscheiding plaats. Uit de luidsprekers buldert de herkenningsmelodie van The A-team. De ene helft van de zaal raakt in extase, de andere helft kijkt elkaar in opperste verwarring aan: wat is er toch zo leuk? Ik schat de grens zo ongeveer op twintig jaar oud, het verschil tussen de generatie van de smurfen en die van de Teenage Mutant Ninja Turtles. Of, beter gezegd, tussen die van de televisie en die van internet.

De internetgeneratie treft men voornamelijk nog op middelbare scholen. Daar houdt zij zich bezig met het versturen van sms-berichtjes naar elkaars mobieltje, de elektronische variant van de communicatie per propjes papier. Wie ooit een tekstberichtje op een gsm heeft ingetoetst, begrijpt dat het gebruik van afkortingen daarbij geen overbodige luxe is. Gelukkig hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden. Afkortingen zijn in de chatboxen van het web al langer gemeen goed. Voorbeelden van de geheimtaal van de internetgeneratie staan op de geschiedenisafdeling van forum.scholieren.com: ‘ff een dringend berichtje aan cassie: wat heeft lech walescha, die ene pool is met de praagse lente te maken?? Nikske!’

De opkomst van de internetgeneratie heeft gezorgd voor een explosie aan historische websites. De meeste zijn gemaakt voor en soms ook door scholieren. Een mooi voorbeeld, ook de moeite waard voor oudere generaties, is geschiedenis.net. Per klas zijn enkele onderwerpen uitgediept. De teksten zijn helder, de afbeeldingen functioneel. Onder het kopje naslag staat een overzicht van de Nederlandse premiers van Colijn tot Kok. Daar is ook een compleet handboek geschiedenis te vinden. Net als bij veel andere sites worden bezoekers opgeroepen eigen teksten in te sturen.

De voorhoede van de internetgeneratie heeft inmiddels de universiteiten bereikt of zelfs alweer verlaten. Ook de studenten vieren hun schrijftalent bot op het web. Hier en daar is zelfs portaalbouw zichtbaar, zoals op HistoCasa. Naast enkele lezenswaardige artikelen over onder meer sportgeschiedenis en de historie van Parijs bevat deze site een uitgebreide verzameling links, een nieuwsbrief en een discussieplatform. Momenteel wordt hard gewerkt aan een nieuwe vormgeving. De voltooiing daarvan zal de laatste restjes hobbyisme van de site vegen. Daarna heeft HistoCasa de potentie uit te groeien tot een professionele historische portaal.

HistoCasa biedt ook een overzicht van historische tijdschriften. Helaas ontbreekt in het lijstje een titel – de makers van de site hebben inmiddels beterschap beloofd. Gelukkig kunnen liefhebbers altijd terecht op de eigen site van Historisch Nieuwsblad. Ook daarvan bestaat inmiddels een tweede generatie: de webstek is geheel vernieuwd en biedt naast een archief ook actueel historisch nieuws. Verder kunt u er reageren op artikelen in het blad, bijvoorbeeld die in de rubriek Nieuwe Media. Wie wil weten wanneer het volgende optreden is van Wipneus en Pim, verwijs ik bij voorbaat naar de eigen site van dit illustere duo.

Startpagina
Durk Jan de Bruin zocht voor zijn vader wat handige internetsites bij elkaar en startpagina.nl was geboren. Inmiddels is het bedrijf 1200 pagina’s en een rellerige overname door VNU verder. Desondanks nog steeds een prima startpunt voor een surftocht, zeker nu er ook een geschiedenisdochter is: Starpagina Geschiedenis

Tour de France

Van Joop Zoetemelks op L’Alp d’Huez tot Jan Cottaar en Woutje Wagtmans: de rijke geschiedenis van de Tour de France op het web.

Veertien kilometer klimmen, 21 haarspeldbochten en ruim 1100 meter hoogteverschil. Zinderende hitte gaat over in ijzige kou en mist. Liefhebbers weten waarover ik het heb. L’Alp d’Huez, de hoogste berg van Nederland. In de Tour de France van 1976 bereikt Joop Zoetemelk als eerste de top van deze reus. De twee jaren daarop wint Hennie Kuiper de beklimming, in 1979 is Zoetemelk weer als eerste boven.

Sindsdien is L’Alp d’Huez een beetje van Nederland. Later behalen ook Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse overwinningen op deze berg. Helaas zit die ene alp dit jaar niet in het parcours. Misschien maar goed ook, zo geweldig doen de Nederlandse wielrenners het de afgelopen jaren niet. Om van dopingschandalen nog maar te zwijgen. Maar misschien heb ik ongelijk, en heeft Michael Boogerd wanneer u dit leest het geel stevig om de schouders.

De Tour de France kan bogen op een imposante geschiedenis. De ronde werd voor het eerst verreden in 1903 en heeft sindsdien vele legendes voortgebracht. De officiële Tour-website brengt hen nog eens voor het voetlicht: Fausto Coppi, Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Greg leMond en Miguel Indurain. U dient wel een woordje Frans te spreken, maar welke wielerliefhebber doet dat niet?

Zoetemelk ontbreekt in de eregalerij, al debuteerde hij in 1970 met een tweede plaats en reed hij de Tour zestien keer uit. In totaal werd Zoetemelk vijfmaal tweede voordat hij in 1980 de gele trui naar Parijs wist te brengen. Twee jaar later maakte hij zijn bijnaam van ‘eeuwige tweede’ opnieuw waar door van Hinault te verliezen. Gelukkig is op de site Hollands Glorie wel plaats voor hem ingeruimd. Daar zijn ook alle andere Nederlandse wielervedettes te vinden.

De Tour de France is vooral het domein van de homepages, van fietsliefhebbers die hun eigen webplek maken. De mooiste amateurwebsite is Heersers van de Weg van Mark Binnenpoorte uit Enschede. De navigatie werkt niet altijd zoals zou moeten en de aankleding is wat aan de saaie kant. Wie daar doorheen kijkt, vindt een complete geschiedenis van het wielrennen. Maar ook hier is Zoetemelk niet meer dan een voetnoot bij Eddy Merckx, ‘de Kannibaal’.

Onlosmakelijk verbonden met het wielrennen is de naam Jan Cottaar. Wat Mart Smeets en Jean Nelissen zijn voor de verslaggeving op de televisie, was Cottaar in de hoogtijdagen van de radio. Tussen 1948 en 1958 deed hij vanuit het verre Frankrijk verslag van de successen van Nederlandse renners met namen als Wim van Est, Jan Nolte en Wout Wagtmans.

Sommige van deze reportages zijn te beluisteren op het web, zoals een interview uit 1955 met Woutje Wagtmans nadat deze in Roubaix de gele trui ‘voor de poorten van de hel’ heeft weggesleept: ‘Een ogenblik, luisteraars, dan zal ik van de tribune afspringen. Het is dan wel een respectabele hoogte, maar voor de gele trui moet je wat over hebben.’ Nadat Wagtmans verslag heeft gedaan van de wedstrijd ­ ‘Ik heb zitten katten om weg te komen, maar die lange kon ik niet losrijden.’ ­ blijkt maar eens hoe ver Frankrijk in die dagen nog was: ‘De groeten aan vader en moeder en de schoonouders. En Nellie; dag schat!’

Cijferfetisjisme
Voor cijferfetisjisten maakte Erwin van Manen een site met de statistieken van alle Tours die vanaf 1903 zijn verreden. Ook handig voor prijsvragen en quizzen.

Touralfabet
Van de Col d’Aspin tot Erik Zabel, je vindt het in het touralfabet.

Bach op het web

Het web kent tal van muzikale websites. Niet alleen popmuziek doet het goed, ook liefhebbers van klassieke muziek kunnen hun hart ophalen. En in dit Bach-jaar vooral de Bach-liefhebbers onder ons.

Carl Philipp Emanuel, een van de twintig kinderen van Johann Sebastian Bach, had de dagelijkse plicht zijn vader op de cembalo in slaap te spelen. Op een dag was de oude Bach in slaap gevallen, hij snurkte zelfs. Carl stond van zijn pianokrukje op zonder het slotakkoord te hebben gespeeld. Prompt werd zijn vader verstoord wakker. Hij kwam zijn bed uit, sloeg het laatste akkoord alsnog aan en gaf zijn zoon een donderende preek.

Deze anekdote staat op een Duitse site ter ere van het Bach-jaar. Dit jaar is het 250 jaar geleden dat de grote componist stierf. Bach.de beschrijft leven en werk van Bach en biedt informatie over de vele concerten en festivals. U kunt meedoen aan een quiz en wie zelf Bach heet krijgt van de organisatie een gratis domeinnaam.

De Bach-jaar 2000-site van het Residentie Orkest en de Residentie Bach Ensembles bevat naast een concertagenda, een discussieforum en een heuse chatbox. De Nederlandstalige biografie op deze site is aangevuld met foto’s van belangrijke plaatsen uit het leven van de componist. Bach was geen gemakkelijk heerschap. Niet zelden kreeg hij ruzie met zijn werkgevers, waarvan hij er dan ook verschillende versleet. In Arnstadt ging hij op de vuist met een leerling, en bleef hij vervolgens vier maanden weg terwijl hij maar vier weken verlof had gekregen. In Mühlhausen raakte hij betrokken bij een godsdienstige twist. Ook in Weimar kreeg Bach uiteindelijk ruzie, maar ontslag werd hem geweigerd. Toen de componist bleef aandringen, belandde hij in de gevangenis.

Opvallend veel Bach-sites zijn gemaakt door Nederlanders. Zo onderhoudt de Groningse taalwetenschapper Jan Koster samen met de Amerikaanse componist Jan Hanford de J.S. Bach Homepage en verzamelt orgelliefhebber Rob Kruijt in zijn Cultureel archief onbekende afbeeldingen van Bach, ook van de schedel van de grote meester.

Wat op al deze sites ontbreekt, is muziek. Daarvoor moeten we zijn bij Peter de Vries. Op zijn site is de integrale tekst opgenomen van de Bach Werke Verzeichnis (BWV); de Bach-bijbel waarin alle werken zijn genummerd en beschreven. Meer dan drieduizend daarvan zijn ook te beluisteren. Hiervoor gebruikt De Vries MIDI, een soort muziekschrift voor computers en elektronische instrumenten. Het downloaden van muziekstukken in MIDI kost weinig tijd. Het nadeel is dat zij nogal elektronisch klinken.

Wie meer tijd en een snellere internetverbinding heeft, wijkt daarom al snel uit naar mp3. Met mp3 is het mogelijk op de computer muziek van cd-kwaliteit te beluisteren. Er is veel te doen over illegale mp3-bestanden, maar veel klassieke-muziekmuzikanten stellen hun muziek legaal en gratis op het web beschikbaar. De site Mp3.com bemiddelt tussen muzikant en luisteraar. De muziekstukken zijn onderverdeeld naar genre. Per genre is een dagelijkse topveertig samengesteld. Op de lijst van meest beluisterde stukken uit de Barok staat vanzelfsprekend veel muziek van Bach. Speciale aanrader en altijd wel in de toptien te vinden: Air on a G-string gespeeld door drie cello’s. Als je daarnaar luistert, weet je weer waarom Bach een eigen jaar verdient.

Orde in de chaos
The Bach Central Station schept orde in het groeiend aantal Bach-sites. De startpaginadochter voor klassieke muziek biedt een lijst waarin Bach-screensavers en Bach-postcards niet ontbreken.

Nieuwsgroep
De vermeende symboliek der getallen in Bachs muziek is ook onderwerp van menige discussie in de aan de componist gewijde nieuwsgroep: alt.music.j-s-bach

Bach FAQ
Op welk stuk van Bach is Procol Harum’s A Whiter Shade of Pale gebaseerd? Wat zijn de Goldberg Variations? De antwoorden op deze en andere vragen staan op Bach Frequently Asked Questions.