Bewegend beeld

De eerste experimenten met bewegend beeld, tekenfilms als propaganda – daar wil je niet alleen over lezen, die wil je zien en beluisteren. Het kan allemaal op internet.

Leland Stanford, gouverneur van Californië en bezeten paardenfokker, wist het zeker: tijdens de galop waren op zeker moment alle vier de hoeven van het paard los van de grond. Om dat te bewijzen nam hij fotograaf Eadweard Muybridge in dienst. Zes jaar van experimenteren gingen voorbij. Uiteindelijk slaagde Muybridge erin de beweging van het paard vast te leggen in een serie foto’s. Vervolgens bewees hij met behulp van een draaiende schijf en een toverlantaarn het gelijk van de gouverneur. Het was 1878 en de film was geboren.

Muybridge was niet de enige pionier. Vanaf het midden van de negentiende eeuw experimenteerden uitvinders met bewegend beeld. Zij inspireerden Charl Lucassen tot het maken van Anima, een prachtige site met biografische en technische informatie en meer dan 165 animaties, waaronder het paard van Muybridge.

De volgende stap op weg naar de bioscoop was de ontwikkeling van professionele apparatuur. In februari 1888 bezocht Muybridge de laboratoria van Thomas Edison, die behalve de gloeilamp (1879) ook de fonograaf (1877) had uitgevonden. Edison zag de film vooral als middel om het succes van zijn eigen uitvinding te vergroten. Voor samenwerking met Muybridge voelde hij weinig. In plaats daarvan zette hij zijn briljante assistent William Dickson aan het werk. Binnen een jaar ontwikkelde Dickson de kinetograaf, de eerste echte filmcamera. In 1892 volgde de kinetoscope, een eenpersoonsbioscoop die veel weg had van een uit de kluiten gewassen kijkdoos.

De kinetoscoop bracht veel geld op. Vertoningen voor meerdere mensen tegelijkertijd vond Edison dan ook niet zo nodig. In 1895 kreeg hij concurrentie van de Franse broers Auguste en Louis Lumière, die met hun cinematograaf wél openbare voorstellingen gaven. Edison ging overstag en ook Amerika maakte kennis met de cinema.

Rond de eeuwwisseling evolueerden de filmpjes tot echte verhalen. De eerste filmregisseurs deden hun intrede. George Méliès begon te experimenteren met montage. Edwin Porter maakte met The Great Train Robbery de eerste film met losstaande scènes. De beroemdste regisseur in deze periode was David Griffith, ‘the man who invented Hollywood’. Veel van deze vroege films maken deel uit van de virtuele tentoonstelling Inventing Entertainment op de site van The Library of Congress. Bij bezoek is een snelle internetverbinding geen overbodige luxe.

De eerste decennia van de twintigste eeuw werd de film volwassen. Hollywood groeide uit tot het centrum van een heuse filmindustrie. De Europese film moest het na de Eerste Wereldoorlog vooral hebben van de Weimarrepubliek en de jonge Sovjet-Unie. Communistische cineasten als Eisenstein zagen in de film een uitstekend propagandamiddel. De fascisten volgden hun voorbeeld met Leni Riefenstahl als bekendste exponent. Ook in de Verenigde Staten werd de film ingezet als politiek instrument, bijvoorbeeld om de troepen voor te lichten. Maar de Amerikaanse stomme film dankte zijn succes vooral aan een minder serieus genre: de slapstick. David Pearson verzamelde op zijn website honderden foto’s en filmpjes van sterren als Charlie Chaplin, Buster Keaton en Laurel and Hardy. Wie Silent Movies bezoekt, dient wel Piersons eigen weinig flatteuze tronie voor lief te nemen.

Wie denkt dat de stomme film zo lang bestond omdat talking movies technisch onmogelijk waren, heeft het mis. De grote bazen in Hollywood zagen er gewoon niets in. Chaplin zelf was een verklaard tegenstander. Hooguit werd geëxperimenteerd met synchroon opgenomen muziek, zoals bij de opnames voor The Jazz Singer in 1927. Een opmerking van zanger Al Jolson kwam per ongeluk op de plaat. Pas toen drong het tot Warner Brothers door dat ook dialoog tot de mogelijkheden behoorde. Zo werd The Jazz Singer de eerste talkie in de geschiedenis. Over stom gesproken.

Tekenfilmpjes
Naast Inventing Entertainment is op de site van The Library of Congress ook Origins of American Animation te vinden. Let op de propagandafilmpjes uit de Eerste Wereldoorlog. Snelle internetters vinden bij FastTV meer klassieke tekenfilms.

IMDB en VPRO
Wie geïnteresseerd is in films en filmgeschiedenis kan de volgende bookmarks niet missen. The Internet Movie Database is veruit de grootste site gewijd aan het witte doek. De VPRO-site ziet er gelikt uit en geeft persoonlijke filmtips.

Nieuwsgroepen

Naast het versturen van e-mail en het surfen over het World Wide Web is het gebruik van nieuwsgroepen een veelvoorkomende toepassing van het internet. Wat zijn nieuwsgroepen en wat hebben zij op historisch terrein te bieden?

Een nieuwsgroep is eigenlijk niets anders dan een lijst openbare e-mailtjes. Iedereen kan de berichten lezen, zelf een bijdrage leveren of reageren op een eerder geplaatst bericht. De meeste e-mailprogramma’s kunnen met nieuwsgroepen overweg, maar er zijn ook speciale newsreaders. Als je een interessante nieuwsgroep hebt gevonden, kun je je daarop ‘abonneren’, zodat je automatisch de nieuwste berichtjes krijgt toegestuurd. Het gedeelte van internet waarop de nieuwsgroepen zijn te vinden, heet Usenet.

Inmiddels telt Usenet vele tienduizenden nieuwsgroepen. Om het een klein beetje overzichtelijk te houden, begint de naam van iedere groep met een afkorting, die iets zegt over het onderwerp of de taal. Zo staat ‘comp’ voor computers, ‘soc’ voor sociaal en ‘nl’ voor Nederlandstalig. Nieuwsgroepen die niet in een vaste categorie passen ­ en dat geldt voor de meerderheid ­ beginnen met ‘alt’ voor alternative.

Zeker in deze alternatieve groepen is het vaak een rommeltje. Het stikt er van de spam: reclame en andere oninteressante berichten. Sommige groepen werken met een moderator, een beheerder die bepaalt welke berichten wel of niet worden geplaatst. Gemodereerde groepen lenen zich meer voor serieuze vragen of discussie.

Ook op historisch vlak zijn er heel wat nieuwsgroepen. Sommige zijn heel algemeen, zoals ‘alt.history’ en ‘soc.history’, andere behandelen een bepaald tijdvak, zoals ‘soc.history.ancient’, en ‘soc.history.medieval’. Weer andere groepen gaan over een specifiek onderwerp zoals ‘alt.history.abe-lincoln’. De ene groep telt honderden bijdragen, de andere maar een handjevol.

Het niveau van de reacties loopt nogal uiteen. Zo kwam ik in een serieuze discussie over de laatste rustplaats van Adolf Hitler de volgende bijdrage tegen: ‘Hitler and Elvis run a convenience store franchise in Yellowknife… if the folks in Yellowknife don’t care about these strange little people, why should we?’ Wie dit soort humor niet weet te waarderen, kan zijn heil zoeken bij ‘soc.history.moderated’.

Mijn favoriete historische nieuwsgroepen zijn ‘alt.history.what-if’ en ‘soc.history.what-if’. Beide staan in het teken van iffy-history, met onderwerpen variërend van ‘What if dinosaurs still roamed the earth?’ en ‘What if Napoleon defeated England?’ tot ‘What if the US had annexed Canada?’ en ‘What if Nixon had not gone to China?’

Sommige van deze discussies komen nooit van de grond of verzanden in onnavolgbaar gekift, maar er zijn er genoeg die de moeite van het lezen waard zijn. Het aantal reacties op een bericht, de zogenaamde thread, kan oplopen tot tientallen e-mailtjes.

Omdat er zoveel mensen gebruikmaken van nieuwsgroepen, hoef je nooit lang te wachten op een reactie. Als proef op de som stel ik de vraag ‘What if the Dutch hadn’t traded Manhattan for Surinam?’ Een paar uur later zijn er al verschillende reacties.

Fijntjes wordt me uitgelegd dat van een echte ruil geen sprake was omdat de Britten de kolonie al hadden bezet. Veel vertrouwen in de Nederlanders is er niet: ‘I doubt the Dutch could have done any better than the British.’ Gelukkig zijn er ook deelnemers die met me mee fantaseren, al is een Nederlandstalig Manhattan een brug te ver: ‘There might be the New Amsterdam Times.’

Tweede Wereldoorlog
Veel bijdragen aan ‘alt.history.what-if’ gaan over de Tweede Wereldoorlog. ‘What if the nazi’s won WWII?’, ‘What if Hitler had the A-bomb?’, ‘What if operation Market Garden had succeeded?’, et cetera. Voor het serieuzere werk is er ‘soc.history.war.world-war-II’.

Nostalgie
Er zijn ook nieuwsgroepen gewijd aan een enkel decennium. Mijn eigen favoriet is ‘alt.culture.us.1980s’, met eindeloos gebabbel over muziek en televisieseries uit de tijd dat ik op school zat.

Déjà vu
Usenet kent zijn eigen archief: DejaNews. Vanaf maart 1995 worden alle berichten bewaard. Inmiddels zijn dat er al meer dan 300 miljoen. Het archief is te bereiken via een gewone website.

Nieuwslezers
Wie regelmatig gebruik maakt van nieuwsgroepen, stapt al snel over van een gewoon e-mailprogramma op een newsreader. De bekendste nieuwslezer is Forte Agent. Een uitgeklede variant, Free Agent, is gratis van het net te halen.

Overlijdensberichten
Een echte Nederlandstalige geschiedenisnieuwsgroep is er nog niet, maar het immer groeiende leger stamboomvorsers kan terecht bij ‘soc.genealogy.benelux’. Daar zijn onder meer de overlijdensadvertenties uit verschillende regionale kranten te vinden. Het is maar wat je hobby is.

Tijdbalken

Mijn interesse voor zowel geschiedenis als computers gaat terug tot de middelbare school. Ik vond de geschiedenisles vooral leuk als het verleden systematisch werd gevisualiseerd. Met mijn leraar had ik het getroffen. De machtsstructuur tijdens de Opstand werd vertaald naar een blokdiagram, de huwelijkspolitiek van de Hollandse graven uitgebeeld in een stamboom en natuurlijk verscheen er iedere les wel een tijdbalk op het bord. Helaas pasten die tijdbalken in de regel net niet op een bladzijde van mijn schrift. Gelukkig was een oom in het bezit van een van de allereerste pc’s. Iedere week werkte ik bij hem op zolder mijn aantekeningen uit. Mijn tijdbalken werden groter en mooier, mijn proefwerkcijfers gingen zienderogen omhoog. Vandaar mijn zwak voor websites en cd-roms met een tijdbalk.

Continue reading Tijdbalken

Een virtueel Anne Frank Huis

Nederlandstalige cd-roms met een geschiedkundig onderwerp zijn schaars. De weinige titels die verschijnen, zijn meestal encyclopedisch opgezet en niet bepaald spectaculair aangekleed. De cd-rom ‘Anne Frank Huis. Een huis met een verhaal’ bewijst dat een goede Nederlandse cd-rom wel degelijk mogelijk is.

Ik fiets bijna dagelijks langs de Prinsengracht. Als ik de lange rij toeristen voor het Anne Frank Huis zie staan, vraag ik me steeds af hoe het in het museum moet zijn. Zo groot is het daarbinnen niet, herinner ik me van mijn eigen bezoek jaren geleden. Ik zie het voor me: groepen mensen die voetje voor voetje door de draaibare boekenkast het achterhuis binnengaan en én voor én een korte blik op het kamertje van Anne mogen werpen voordat de stroom ze weer richting uitgang voert. Misschien dat het allemaal wel meevalt, zeker nu er onlangs een heel museum aan het huis is gebouwd, maar ik zie mezelf nog niet zo snel in die rij staan.

Gelukkig is er sinds kort een alternatief. In opdracht van de Anne Frank Stichting is een cd-rom gemaakt waarmee Voor- en Achterhuis virtueel zijn te bezoeken. Geen rij, geen andere bezoekers en geen vaste route. Bovendien benadert het virtuele Anne Frank Huis de originele staat beter dan het museum. Speciaal voor de cd-rom is het ingericht met originele voorwerpen, aangevuld met rekwisieten van het NOB.

De technische uitvoering is fantastisch. Via een draaibaar driedimensionaal schaalmodel kun je rechtstreeks een bepaalde ruimte kiezen. Leuker is het om een echte wandeling door het huis te maken, van de voordeur tot de zolder. Met de muis kun je 360 graden om je heen kijken, je blik naar boven of beneden wenden, deuren openen of voorwerpen aanklikken om ze van dichtbij te bekijken. Een mooier voorbeeld van virtual reality heb ik op mijn eigen computer nog nooit gezien.

Vanuit iedere ruimte in het huis kan een zogenaamde wandelknop worden opgeroepen. Deze biedt toegang tot informatie over de bewoners van het Achterhuis, over bijzondere voorwerpen en over het dagelijks leven van de onderduikers. De cd-rom bevat een groot aantal fragmenten uit het dagboek, voorgelezen door Kim van Kooten, en veel beeldmateriaal, waaronder de onlangs herontdekte filmbeelden van Anne. Voor wie een bepaalde term niet kan thuisbrengen is er een begrippenlijst. Hierdoor is de cd-rom ook zeer geschikt voor scholieren.

Het is een cliché, maar de kracht van Anne Frank als symbool voor de holocaust zit hem in de mogelijkheid tot identificatie. Door de ogen van een opstandige puber bezien, wordt de jodenvervolging minder abstract en onvoorstelbaar. Ook op de cd-rom is dit gegeven goed uitgewerkt: drie parallelle en met elkaar verbonden tijdbalken verbinden het unieke verhaal van de familie Frank met de grote lijn van jodenvervolging en Tweede Wereldoorlog. Op dit punt toont Anne Frank Huis de meerwaarde van een interactieve benadering van de geschiedenis.

Al met al een bijzonder geslaagd project, zeker voor de Nederlandse markt. Nu heeft de Anne Frank Stichting natuurlijk het voordeel dat het dagboek ook buiten ons land erg bekend is. Er zijn dan ook al plannen om de cd-rom te vertalen in het Frans, Duits, Engels, Japans en Spaans. Misschien dat mede door deze grote markt de prijs laag kan worden gehouden: voor 79,95 hoeft u in ieder geval niet in de rij te staan.

Anne Frank Huis. Een huis met een verhaal. Voor Windows en Mac., f. 79,95

Anne Frank Huis
Net als de cd-rom ziet de site van het Anne Frank Huis er verzorgd uit, al is hij wel een beetje traag. De cd-rom kan via de site worden besteld.

Joods Historisch Museum
Wie meer wil weten over de joodse geschiedenis vór en na de holocaust, kan terecht op de site van het Joods Historisch Museum. Onder het kopje ‘interactief’ bevindt zich een tijdbalk die loopt van Saul, David en Salomo tot Arafat en Rabin.

Simon Wiesenthal Center
Ook het Simon Wiesenthal Center beschikt over een website. De site besteedt ook veel aandacht aan neo-nazi’s en andere uitingsvormen van hedendaags racisme.

Lest We Forget
Lest We Forget. A History of the Holocaust is een aangrijpende cd-rom met veel uniek foto- en filmmateriaal.

FlagTower
Het Britse softwarebedrijf FlagTower bestaat helaas niet meer. Enkele jaren lang liep dit bedrijf voorop in het maken van historische cd-roms. Wie in de betere softwarewinkel de titel World War II in de opruimbakken vindt, hoeft niet lang te aarzelen. De twee cd-roms bevatten een zes uur durende documentaire over de Tweede Wereldoorlog. FlagTower maakte verder onder meer cd-roms over de Eerste Wereldoorlog, de oorlog in de Pacific, de geschiedenis van de geneeskunde en over de space race tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Freud en het internet

Internet is het medium van de vrije associatie. Precies daarom duurt een uurtje surfen in werkelijkheid dubbel zo lang en precies daarom heb je na die twee uur van alles gevonden, maar niet wat je zocht. Zo was het de bedoeling deze aflevering van Website te wijden aan de geschiedenis van Portugal, omdat ik deze zomer bedacht dat ik eigenlijk nauwelijks iets wist over mijn vakantiebestemming. Maar uiteindelijk liep het allemaal anders.

Tijdens mijn zoektocht naar de geschiedenis van het land van de port kwam ik al snel terecht op een pagina met de tot de verbeelding sprekende titel The Melancholic Majesties of Portugal. Het was echter niet zozeer de melancholie van de Portugese vorsten die mijn zoektocht in de kiem smoorde, als wel de regelrechte waanzin van de vroegere heersers van het land. De koninklijke familie combineerde extreme religiositeit moeiteloos met seksuele perversie. Dat het een het ander niet uitsloot, bewees João V van Portugal (1689-1750) door zijn minnaressen bij voorkeur te kiezen uit nonnen.

De pagina met de lotgevallen van de Portugese vorsten maakt deel uit de site van Joan Bos, een Nederlandse software-ontwerpster met als hobby het schrijven van korte biografieën van vorsten en vorstinnen. Haar speciale interesse gaat uit naar koninklijke geschiftheid en een groot gedeelte van de site bestaat uit The Mad Monarch Series. Naast melancholic majesties beschrijft Bos met flair sadistic sultans, terrible tsars, crazy caesars en deranged dukes. Het gehalte aan hilarische anekdotes maakt het lezen van de korte biografieën tot een verslavende bezigheid.

Het aardige van de Mad Monarch Series is de gedocumenteerdheid. Iedere biografie wordt afgesloten met een uitgebreide literatuurlijst en waar nodig bieden voetnoten nadere uitleg. Bijzonder is ook dat Bos zich niet alleen heeft verdiept in de bizarre levens van de vorsten maar ook in de wetenschappelijke achtergrond van hun gekte. Indien mogelijk eindigen de korte biografieën met een moderne diagnose van de fysieke of psychische aandoeningen die het abnormale gedrag van de betreffende monarch kunnen verklaren. De site linkt bovendien naar serieuze informatie over de huidige stand van zaken in de psychiatrie. Het waren deze links die mij deden afvragen wat er op internet te vinden is over de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg.

Opnieuw eindigde mijn zoektocht voortijdig, en wel bij de site van het Sigmund Freud Museum te Wenen. Rondkijkend op deze zeer mooie site was ik de geschiedenis van Portugal en de belevenissen van gekke vorsten en vorstinnen al snel vergeten. Naast een gedegen chronologie van Freuds leven is er aandacht voor enkele interessante thema’s. Zo wordt uitgebreid ingegaan op de aard en de ontwikkeling van de psychoanalyse. Daarnaast komen leven en werk van Freuds dochter Anna aan bod. Bijzonder zijn ook het thema over Freud als verzamelaar van antieke kunst en een bijdrage over de invloed van de psychoanalyse op de filmindustrie. Een uitgebreide mediatheek biedt de mogelijkheid privé-filmfragmenten te bekijken en te luisteren naar een interview met Freud uit 1938. Ook zijn er foto’s te bezichtigen van Freuds verschillende woon- en werkvertrekken. De beroemd-beruchte divan ontbreekt niet.

Tot slot kunnen bezoekers van de site zoeken in een uitgebreide databank met citaten uit Freuds werk. Voor de leek op psychiatrisch terrein is het leuker om willekeurig te bladeren. Zo kwam ik bijvoorbeeld een citaat tegen, waarin Freud beschrijft hoe hij patiënten onvermoede kanten van zichzelf laat ontdekken: ‘Anstatt den Patienten anzutreiben, etwas zu einem bestimmten Thema zu sagen, forderte man ihn jetzt auf, sich der freien Assoziation zu überlassen.’ Eigenlijk gaat dit principe onverkort op voor het surfen op internet: de leukste en meest bijzondere sites vind je door je over te geven aan vrije associatie.

Het portaal van de Koude Oorlog

Internet verandert met de dag van aard. Een van de grote veranderingen van het afgelopen jaar was de opkomst van zogenaamde ‘portals’. Portals zijn grote internetsites die proberen zoveel mogelijk bezoekers vast te houden. Het achterliggende idee is duidelijk: hoe langer bezoekers op een site verblijven, hoe meer advertenties zij zien dus hoe groter de inkomsten. Om bezoekers aan zich te binden, bieden portals naast nieuws en informatie vaak gratis e-mail, chatruimte, e-commerce en spelletjes.

Portaalbouw is het duidelijkst waarneembaar op homepages van internetproviders en bij zoekmachines, vanouds de toegangspoorten tot het web. Maar ook de site van televisiezender CNN heeft zich tot portal ontwikkeld. Vanzelfsprekend brengt CNN vooral nieuws, het liefst heet van de naald. Maar om zoveel mogelijk bezoekers te trekken, biedt ook CNN allerlei leuke dingen voor de mensen. Onder andere voorziet de site in enkele in-depth specials. Een van deze specials behandelt de Koude Oorlog.

De Cold War Special van CNN is zeer uitgebreid. Niet alleen is de geschiedenis van de Koude Oorlog in 24 episodes beschreven, er is ook ruime aandacht voor specifieke gebeurtenissen. Daarnaast zijn er deelthema’s als cultuur, spionage en technologie. Bezoekers kunnen eigen herinneringen aan de site toevoegen en deelnemen aan discussies. Als op zoveel Amerikaanse sites ontbreekt ook een educator’s guide niet. Er zijn zelfs Koude-Oorlogspelletjes te spelen.

De Cold War Special kent een aantal sterke en zwakke punten. Zo is de inhoudelijke verzorging van de site professioneel: CNN heeft voldoende kennis, middelen en materiaal in huis om het niveau van de site hoog te houden. Betaalde interactive writers verzorgen de teksten. Foto- en filmmateriaal is in ruime mate voorhanden, evenals originele documenten en interviews. De mogelijkheden van multimedia worden goed benut.

Ook de technische verzorging is hoogwaardig. Misschien wel iets te hoogwaardig, want het veelvuldige gebruik van javascript en plug-ins – liefst in een nieuw venster – maakt de site er bepaald niet overzichtelijker op, laat staan sneller. Daarnaast is er nog de veelvuldige reclame: er moet natuurlijk wel winst worden gemaakt. Links naar andere pagina’s over de Koude Oorlog zijn om die reden goed verstopt.

Al met al is de Cold War Special zeker een bezoekje waard. Maar wie werkelijk iets van de Koude Oorlog wil weten, zal al snel verder zoeken naar minder schreeuwerige alternatieven. En die zijn er genoeg, bijvoorbeeld het weldadig rustige Cold War Policies van Steve Schoenherr, een hoogleraar geschiedenis uit San Diego die zeer actief is op het web.

De kritiek op de Cold War Special gaat ook op voor het concept portal in het algemeen. De professionalisering is te prijzen. In de wens het de bezoeker naar de zin te maken, wordt deze echter bedolven onder informatie. Portals mikken op beginnende internetgebruikers, maar voorzien hun pagina’s van zoveel toeters en bellen dat de onervaren surfer al snel kopje-onder gaat. De overdaad aan reclame is ronduit irritant.

Het belangrijkste nadeel van portals is dat zij het open karakter van het internet aantasten. De naam portal suggereert dat sites als die van CNN een toegangspoort tot het web zijn. Sommige portals – de voormalige zoekmachines – kunnen inderdaad dienen als startpunt van een zoektocht. De meeste portalen gedragen zich in de jacht op de surfer echter als eeuwige draaideur. In het internetvocabulaire is de term portal dan ook al vervangen door destination site.

Saving private Fritz

Here I was on Omaha Beach. Instead of being a fierce, well-trained, fighting infantryman, I was an exhausted, almost helpless, unarmed survivor of a shipwreck.

Bovenstaand citaat is niet afkomstig uit Steven Spielbergs kaskraker Saving private Ryan. Het is een ooggetuigenverslag van de landing op Omaha Beach tijdens de invasie in Normandië op 6 juni 1944 – de dag die de geschiedenis inging als D-Day. Het citaat is slechts een klein stukje uit een van de vele verslagen die te lezen en te beluisteren zijn op de site Normandy 1944.

Al eerder is op deze plaats aandacht besteed aan de mogelijkheden van interactieve geschiedschrijving op het internet. Normandy 1944 is een van de mooiste voorbeelden van deze nieuwe benadering van het verleden. Niet verwonderlijk voor wie weet dat de site onderdeel is van de interactieve Encyclopaedia Britannica.

Kern van de site is een essay van de Engelsman John Keegan, een specialist in militaire geschiedenis. Aan de hand van vijf hoofdstukken behandelt hij de geschiedenis van D-Day. Er is achtereenvolgens aandacht voor de voorbereiding, de eigenlijke invasie, de strijd landinwaarts en de doorbraak van de geallieerden. Geheel in stijl met de hedendaagse mode in de geschiedschrijving is er tenslotte aandacht voor de herinnering aan Normandië.

Ieder hoofdstuk van het essay wordt vergezeld van authentieke foto’s, geluidsfragmenten en filmbeelden. Ook zijn per hoofdstuk deeltentoonstellingen te bezichtigen. Met name de interactieve kaarten van de verschillende stranden zijn indrukwekkend. Voorts is van beide partijen een verhelderend overzicht van de commandostructuur opgenomen, van waaruit kan worden doorgeklikt naar korte biografieën van politieke leiders en generaals.

De liefhebbers van wapentuig kunnen hun hart ophalen. De aparte sectie met informatie over tanks, vliegtuigen en oorlogsschepen is ruim voorzien van foto’s, illustraties en blauwdrukken. De uitgebreide beschrijving van Franse dorpjes en steden waar om is gevochten, doet wat vreemd aan; de informatie is toeristisch van aard en wordt op geen enkele wijze met de oorlog in verband gebracht.

Voor de serieuze historicus is de publicatie van bronnen op Normandy 1944 interessant. Naast de oral histories van soldaten zijn gepubliceerde memoires, officiële documenten en originele nieuwsberichten te raadplegen. Ook van Duitse zijde zijn stukken opgenomen. Voor scholieren is een mooi vormgegeven study guide met opdrachten voorhanden. Voor leraren is er een teacher guide. Literatuurtips zijn per onderwerp aangegeven, maar staan ook op een aparte pagina. De boeken zijn direct te bestellen bij de internetboekwinkel Amazon. Uiteraard ontbreekt een gedegen lijst met links niet.

Dat Normandy 1944 schatplichtig is aan Saving private Ryan wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Het is per slot van rekening Spielbergs film die de aandacht voor D-Day de afgelopen tijd heeft doen groeien. Een deel van de site is aan de film gewijd. In The history behind Saving private Ryan vertelt Stephen Ambrose, historisch adviseur van Spielberg, over de verhouding tussen feit en fictie in de film. Veel scènes zijn gebaseerd op originele foto’s, filmmateriaal en ooggetuigenverslagen. De rode draad door de film, de zoektocht naar een soldaat wiens drie broers zijn gesneuveld, berust ook op feiten. De vele mensen die in Normandië op zoek gaan naar het graf van private Ryan verdoen echter hun tijd; de echte Ryan blijkt de oorlog te hebben overleefd. Waarom Spielberg niet de historische naam van deze soldaat heeft gebruikt, laat zich raden. De echte private Ryan heette Niland en luisterde naar de voornaam Fritz.

Last updated MCMXCIX

Pauwenhersens en flamingotong waren delicatessen in het oude Rome. De bikini was al in de vierde eeuw voor Christus in de mode. Keizer Caracalla werd vermoord terwijl hij in de bosjes zijn blaas aan het legen was. Zijn voorganger Marcus Aurelius was verslaafd aan opium. Keizer Constantijn, die het christendom tot staatsgodsdienst maakte, veroordeelde zijn eigen zoon ter dood en liet zijn vrouw levend gaar stomen. Wanneer een slaaf in het Romeinse Rijk wegliep, maakte hij zich schuldig aan diefstal van zichzelf.

Wie denkt dat er op een modern medium als Internet weinig is te vinden over de klassieke oudheid heeft het mis. Bovenstaande weetjes staat op Forum Romanum. Alleen al de strange fact of the week maakt een bezoekje aan deze site de moeite waard.

Forum Romanum heeft echter veel meer te bieden dan leuke anekdotes over de oude Romeinen. De site biedt voldoende serieuze informatie om de bezoeker van het vluchtige muisklikken af te houden. Zo is er een uitgebreide afdeling over de Grieks-Romeinse mythologie. Erg aardig is dat niet alleen op alfabet kan worden gezocht, maar ook via een stamboom. De complexe verbanden tussen alle goden en helden worden op deze manier direct zichtbaar. Door de eeuwen heen is de klassieke mythologie een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars geweest. Forum Romanum maakt hiervan dankbaar gebruik: het aantal afbeeldingen loopt in de honderden.

Ook de afdeling over het Latijn is interessant. Voor de leek is er een visuele taalles over het menselijk lichaam aan de hand van beelden uit de oudheid. De doorgewinterde gymnasiast vindt een complete online-grammatica. En van Cicero tot Vergilius zijn complete boeken opgenomen, zowel in het Latijn als in het Engels.

Vanzelfsprekend is er ook een afdeling over de geschiedenis van het Romeinse Rijk. Naast een chronologisch overzicht zijn er korte essays over het dagelijkse leven van de Romeinen, met onderwerpen als bijgeloof, travestie, feestdagen en sterfcultuur. Het stuk over de toga is kennelijk populair. De schrijver waarschuwt van tevoren dat hij niet reageert op e-mail van lezers die van een oud laken een Romeins gewaad willen maken. Wie zijn kennis wil testen kan een pittige quiz over Romulus en Remus proberen te maken.

Forum Romanum dankt zijn naam aan veruit de mooiste afdeling van de site: een virtuele wandeling over het forum. Middels navigatieknoppen kan de bezoeker naar eigen inzicht door het centrum van de Romeinse macht ‘wandelen’. Er zijn ruim tachtig foto’s beschikbaar en veel ruïnes zijn van verschillende kanten te bekijken. Over alle gebouwen is uitgebreide informatie voorhanden, inclusief een impressie van het oorspronkelijke uiterlijk.

Het enige minpuntje aan het virtuele forum is het ontbreken van een plattegrond waarop je kunt zien waar je je bevindt. Na een aantal klikken ben je daarom al snel ‘verdwaald’. Dat we de maker van de site deze omissie niet kwalijk hoeven te nemen, leren we op de pagina met Latijnse citaten. Cicero wist ons immers al te vertellen: in virtute sunt multi ascensus.

Do you want to quit? (Y/N)

‘Het komt te laat…, pas als je weggaat’, reageerde Jo Cals op het applaus van een handjevol bezoekers van de publieke tribune. Het was zes uur ‘s ochtends, vrijdag 14 oktober 1966. De ‘nacht van Schmelzer’ was voorbij, de KVP-fractie had haar eigen premier laten vallen. ‘Ik dacht een traan op z’n gezicht te zien’, schreef televisiejournalist Ed van Westerloo later.

De val van het kabinet Cals werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie, een novum in de parlementaire verslaggeving. Mede daardoor had ‘de nacht’ verstrekkender gevolgen voor de Nederlandse politiek dan Schmelzer ooit had kunnen voorzien. Zij leidde onder andere tot de oprichting van D66 en de PPR en een electorale nederlaag voor de katholieken.

Zou het niet fantastisch zijn als historici van na de babyboom het indienen van de motie van Schmelzer op hun computerscherm konden bekijken? Toegang tot historisch beeld- en geluidmateriaal via internet kan leiden tot een groei van het gebruik van audiovisuele bronnen.

Toekomstmuziek? Niet bepaald. Het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA) is bezig met het opzetten van een internetservice die een deel van zijn collectie on-line beschikbaar maakt. Jammer genoeg start het project voorlopig op een beperkt aantal universiteiten en middelbare scholen. Om technische redenen en – niet in de laatste plaats – vanwege het auteursrecht zullen daar speciale computers voor ‘NAA in de klas’ worden geïnstalleerd.

Historisch beeldmateriaal op de computer thuis, dat is een fenomeen dat nog even op zich laat wachten. Maar geluidsfragmenten uit het verleden zijn op internet al ruimschoots voorhanden. Famous speeches zijn er bijvoorbeeld veel te vinden. Natuurlijk ligt de nadruk zwaar op de Amerikaanse geschiedenis. Vooral toespraken van presidenten, Kennedy voorop, doen het goed. Maar ook Neil Armstrong en Martin Luther King zijn snel gevonden. Veelzeggend genoeg bestaat het Europese geluid vooral uit de retoriek van Churchill en het geschreeuw van Hitler en Goebbels.

Twee sites kijken wat verder dan de Verenigde Staten. The History Channel biedt een ruime verzameling historische speeches, van Paul McCartney (‘If your conclusion is that I’m dead, you’re wrong’) tot Joe McCarthy (‘Traitors are not gentlemen, my good friends’).

The Historical Sounds & Pictures Archive is nog uitgebreider. Hier kunnen niet alleen speeches, maar ook originele radioreportages worden beluisterd. Zoals het live verslag van de ramp met de Hindenburg, waarbij de reporter in tranen uitbarst. Of we horen het gelach in de studio wanneer Reagan grapt: ‘My fellow Americans, I’m pleased to tell you today that I’ve signed legislation that will outlaw Russia forever. We begin bombing in five minutes.’

Historisch geluidsmateriaal uit Nederland is nog schaars op het web. Alleen op de site Hoofdstukken uit de Nederlandse Geschiedenis zijn een toespraak van Mussert en enkele uitzendingen van Radio Oranje te beluisteren. Voor mér moeten we echt op het NAA wachten. Misschien kan het geluidsarchief wél voor iedereen worden ontsloten.

De fragmenten op de genoemde sites zijn on-line te beluisteren maar kunnen ook worden gedownload. Wie een beetje handig is, kan ze zelfs in Windows verwerken. Zo bezweert Richard Nixon mij tegenwoordig, iedere keer als ik mijn computer wil afsluiten: ‘I have never been a quitter.’

Huizinga, Romein en het internet

Johan Huizinga introduceerde het begrip ‘historische sensatie’, Jan Romein de ‘integrale geschiedschrijving’. Beide aartsvaders van de Nederlandse historiografie maakten zich zorgen over de groeiende kloof tussen wetenschappelijke geschiedschrijving en het grote publiek. Hoe zouden zij gedacht hebben over internet?

Drie eigenschappen onderscheiden internet van andere media. De toegankelijkheid is groot. Verder kunnen meerdere mediavormen gecombineerd worden: teksten, geluid, afbeeldingen en bewegende beelden. Tenslotte heeft internet een zeer hybride, niet-lineair karakter. Anders dan een film of een boek kent een website geen vastliggend begin, middenstuk of eind. De gebruiker kan naar eigen inzicht kris-kras door de informatie navigeren.

De meeste historische sites profiteren vooral van de toegankelijkheid van het web. Historische teksten worden zonder inhoudelijke wijzigingen aangeboden. Zo biedt het Historisch Nieuwsblad artikelen uit oude nummers integraal aan.

Een spectaculair voorbeeld van het gebruik van de tweede eigenschap, het toepassen van multimedia, is te vinden op de site Trenches on the Web. Op deze zeer uitgebreide site over de Eerste Wereldoorlog staan foto’s, historische kaarten, kunstwerken, propagandamateriaal, animaties en zelfs de liedjes die de soldaten in de loopgraven zongen. Bij iedere muisklik ligt Huizinga’s historische sensatie op de loer.

De derde eigenschap van het internet, het hybride karakter, lijkt in eerste instantie weinig mogelijkheden te bieden voor gedegen wetenschappelijke presentaties. Integendeel: de historicus probeert juist door een logische opbouw van zijn betoog historische processen transparant te maken. Wanneer lezers van hot naar her door een tekst bewegen, blijft van inzicht in de geschiedenis weinig over.

De historicus kan het niet-lineaire karakter van het web ook als een uitdaging zien. Is de geschiedenis zelf niet ook zeer hybride? En zou het niet fantastisch zijn als de lezer naast de interpretatie van de bronnen met én druk op de knop ook die bronnen zelf ter beschikking krijgt? Het internet biedt nieuwe mogelijkheden ter verwezenlijking van Jan Romeins ideaal van de integrale geschiedschrijving.

Een historische website die de mogelijkheden van internet op fraaie wijze benut, wordt verzorgd door de Universiteit van Groningen. From Revolution to Reconstruction behandelt een deel van de Amerikaanse geschiedenis met interactief gemaakte handboeken. Korte essays over deelonderwerpen houden het niveau op peil zonder de integrale opzet te ondermijnen. Ook in de publicatie van bronnen is ruimschoots voorzien. Alleen het gebruik van multimedia zou nog wat beter kunnen.

From Revolution to Reconstruction is een prachtig voorbeeld van wat misschien de toekomst is van de geschiedschrijving. Als meer onderzoek op een dergelijke fraaie en toegankelijke wijze zou worden gepresenteerd, wordt de kloof tussen het publiek en de wetenschappelijke geschiedschrijving een stuk kleiner. Al met al voldoende reden voor enthousiasme bij Huizinga en Romein over dit nieuwe medium.